Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

£22, VERLOC II EN E.

VERLOKT.

van Zelfsverlochcning vereischt, aan eigene eere, belang en liefde tot het leeven, en eene volleedige overtuiging van de Godtlykheid en nuttigheid van Jefus leere, en eene geheele overgift aan zynen wille, dienst en verheerlykinge : Zonder dat zou men, als het 'er op aanquam, ter liefde van het leeven, wel eens agter uittreeden en trouwloos worden. Wel te rechte heeft de Heere dan deeze twee dingen te faamen gevoegd door het koppelwoordeken Ende, en wel zo, dat hy eerst van de Zelfverlochening fprak, en daar na van het opneemen van zyn liruis. (/3) Maar wat wi'ien nu die laatfte woorden: Ende volge my? Zyn deeze woorden aan te merken als een nieuwe pligt-eisch? Hy volge myn voorbeeld in myn gedrag jegens Godt en menfehen. : Myn geduld, myn zagtmoedig-

heid en ftandvastigheid in myn lyden. Men kan het zo neemen , en 'er zyn 'er ook, die het zo neemen. Liever zou ik het dus vatten. „ Die zich zo gezind en daar toe in ftaat „ gevoelt, die worde myn Difcipel en „ volge my.'''' Wy mogen ons hier te binnen brengen het gebeurde ten tyde van Richter Gidein. Hy zou ten ftryde optrekken tegen de Midianiten. 32000 mannen voegden zich tot hem. Maar toen hy liet uitroepen, dat elk die bloode en vertzaagd was, mogt aftrekken na het gebergte Gileads, weeken 'er 22000 af. En toen hy de overige 10000 afvoerde aan het water, waren 'er 9700 die op hunne kniën bukten, om op hun gemak te kunnen drinken. 'Er waren 'er flegts 300, die zo heet op den Stryd waren, dat zy flegts in het voortgaan met hunne hand een weinig waters gefchept, aan hunnen mond gebragt, en dat gelekt hadden. Die toonden zich de rechte Helden te zyn, en werden ook alleen waerdig geagt Gidrön te volgen, en met hem te deden in den Stryd. en in de eere der Overwinninge, Richt. VII: 1—7. 't Zal hier ook wel zo gefteld ?,yn geweest. De Heere Jefus fprak niat alleen tot zyne A'patelen, maar ook tot de Schwre, die Hem veelal volgde. *t Was te denken, dat 'er onder die waren, die Hem volgden om der Brooden wille, gelyk Hy elders zeide: Die waren zyne rechte Navolgers niet. Dat 'er ook waren, die Hem volgden met een vooruitzigt op de groote voordeden, die zy zich in zyn op te richten Koningryk voorftelden: Ook die waren de rechteniet. 't,Konde zyn> dat 'er onder waren, dje

zich op dit oogenblik, in hun onbezonnen drift, lieten voorftaan, dat zy Hem niet zouden verlaaten, al moesten zy met Hem in de Gevangenisfe, ja in den dood gaan , gelyk Petrus zich naderhand liet verluiden; maar die Hem naderhand, om datzy aan zich-zelven niet genoeg verlcchend waren, uit vreeze voor den dood, gelyk Petrus, zouden verlochenen: Ook die waren de rechte niet. Hy eischte iets verheeveners in zyne Navolgers. Dit deed Hem zeggen. Die agter my wil koomen, beproeve~zich ter deege, of hy in 't geheel aan zich zich-zelven verlochend, en aan my en myren dienst overgegeeven zy. Of hy zich in de Zelfs-verIochening zo verre gevorderd vinde, dat by bereid zy.en moeds genoeg hebbe , zyn Kruis op te neemen, en my, den bangften nood en dood ten trots, ftandvastig by te blyven. Die zo gezind is, koome agter my; die worde myn Difcipel en volge my.

VERLOKT (Maar een iegelyk wordt verzocht, als hy van zyne eigene begeerlykheid afgetrokken en) wordt, Jak. I: 14. Ctf) De Apostel had vs. 11. gefprooken van de verzoekinge der Geloovigen door hunne Vyanden, die hen vervolgden en onderdrukten om des Euangelie's wille, en hy had zalig gefprooken de geenen, die ze lydzaam en ftandvastig verdroegen. Nu . wilde hy ook fpreeken van quaade verzoekingen ten quaade ; niet om te lyden, maar om te zondigen; niet zulke, die anderen tegen den mensch in 't werk {tellen, als de Duivel, die een Verzoeker heet, Matth. IV: 5, en aan wien een verzoeken toegefch reeven-wordt, 1 Kor. VII: 5,1 Thesf. 111: 5. Of quaade menfehen, die ons zoeken te verleiden, om hunne verderfenisfen na te wandelen , en met hen te loopen tot dezelfde uirgietinge der overdaadigheid: Maar zulke, die in den menfche zelv' opwellen. De Apostel vooronderftelt, dat een iegelyk, wie hy ook zy, voor dezelve bloot ftaat. Hoe verre iemand ook moge gevorderd zyn in beiligmaakinge, is hy daar niet vry van; Christus alleen uitgezonderd, die onberispelyk heilig was, onnozel, onbefmet, en afgefcheidèn van Zonde en Zondaaren. (3) Maar van waar' komt die in den mensch opwellende verzoeking? Van Godt, of van den Mensch . zelve? (tfN) Van Godt? Dat moet nrsjj: niet denken. De Apostel waarfchouwt daar tegen vs. 13. Niemand; als hy verzocht t

wordt % s

Sluiten