Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERLOORENE.

VERLOORENE. 5-5

Mi het üèrhonenó niet zochten, Ez'ch. XXKIV: 2,3,4. En daar zyin datzelfde HoofiJftuk omfchreeven worden als verflrooide Schaapen, en Zach. X: 7. als Slagtfchaapen, elcndigc Schaapen, zo twyffele ik niet, of de Heiland hefebe hier het oog gehad op die Godrfpraaken: Vooral op die van Ezechicl, Te minder, om dat Hy zelv' die Godts - knrgt David was', welken Godt aan deeze verloorene Schaapen tot eenen Herder verwekken zoude, vs. 23. (/3) Althans Hy verklaart hier, dat Hy tot die gezonden was, naamelyk van den Vader. Wanneer van zyne Zending gefprooken wordt, dan is dat doorgaans te verftran van zyne Zending in de Waereld, ter uitvoeringe van zyn Middelaarswerk, 't welk de Vader Hem te doen gegeeven had. En wel in 't byzonder was Hy gezonden om onder de Jooden in het vleesch te verfebynen , om onder hen niet alleen zyn Hoogepriesterlyk Zoer.-werk te verrichten ; maar om ook alvoorens onder hen als Propheet te leeren; de heerfchende Zonden te beftraffen , de heerfchende Vooröordeelen te beftryden, den weg Godts in der waarheid te leeren, cp dat zy de valfche paden langs welke zy afgedwaald waren verlaaten, en wederkeeren mogten tot den weg der Waarheid, des Verftands en des Leevens. Zo zegt Hy zelv': De Geest des Heeren HEEREN is op my, om dat de

HEERE my gezalfd heeft . Hy heeft

my gezonden, om de gebrookene van harte

ie verbinden om uit ie roepen het jaar

van des HEEREN welbehaagcn, en den dag der wraake onzes Godts: om alle treu-

r.igen te troosten , Jef. LXI: I , 2,

5- (33) verklaart in de tweede plaatfe , dat Hy niet dan tot die gezonden was. Hoe is dit te verftaan ? Was zyne beftemming dan-ook niet tot At' Heidenen?. Was Hy niet dat Zaad van Abraham, waar in alle Volken der aarde zouden gezeegend worden'?- Dit is buiten allen twyffel. 't Zou eenen zo voortreffelyken Perfoon, als Hy was, te geringe zyn geweest-, Godts Knegt geworden te zyn, alleen maar om op te richten de Stammen Jakobs, en weder te bronven de Bewaarden in Israël. De Vader zou Hem daarom ook geeven ten lichte der Heidenen, om zyn heil te zyn tot aan de einden der aarde, Jef.. XLÏX: 6. Waarom Simeön ook van Hem had voorfpeld, dat Hy zo wel een Licht voudc zyn tot verlichtinge der Heidenen?, als tot heerlykheid zy¬

nen Volke Israël, Luk. II: 32. Hoe is dan te verftaan 't geen Hy hier zegt? («) Hy \vas voor eerst niet gezonden, dan tot de Jooden. Die waren de eigenlyke Kinderen van Abraham, Izaak en Jakob , en hadden daarom ook de eerfte en naaste aanfpraak op de beloften. Daarom verklaarden de Apostelen ook naderhand, dolt Godt zynen Zoon het eerst tot hen gezonden had, op dat Hy hen zeegenen zoude daar in, dat een iegelyk zich afkeerde van zyne boosbeeden. Dat het noodig was, dat het woord Godts het allereerst tot hen gefprooken wierd, Hand. 111: q6ï XIII: 46; Qf3) Maar ten tweeden was zyne Zending, geduurende zyne omwandeling op aarde, bepaald, en kor.de zich ook niet verder uitftrekken dan tot de Jooden. («os) Naar het Plan van Godts Hetishoudinge in en m:t zyne Kerk moesten de Heidenen uitgeflooten blyven van de Verbonden der Belofte, tot dat Christus de midd.-.nmuur des affcheidfcls verbrooken, en de Vyandfchap tusfeben Jooden en Heidenen te t,iete gedaan zoude hebben :Te weeten de IVtt der Geboden, in Inzettingen bi ftaande. Dat konde niet gefchiedeu, dan in zyn vleesch, Ephef. II: 14,. 15, 16, dat is, door zynen dood. Dit was nu nog niet gefchied,en dus bleef zyne beftemming voor alsnog alleen bepaald tot de Jooden^ (/3,S) Ook behoorde het tot de vreugde, die Hem was voorgefteld, voor we'lke Hy het kruis draagen en de fchande: veragten moest, dat Hy de Heidenen zout ontvangen tot zyn erfdeel, en de einden; der Aarde tot zyne bezitting. Zou Hy eem deel van veelen ontvangen, en de magtigen als een roofdttlcn; Hy moest eerst zyne ziele uitftorttn in den dood, Jef. LUI: 12. Zo lange dat niet gefchied was. mogt hy,opdat het niet mogt fchynen , als wilde Hy Godts grmiakt Ontwerp vooruit loopen, als wilde Hy zynen Loon neemen, eer Hy zyn werk volbragt hadde , zynen Apostelcm niet toelaaten om heenen te gaan op den wrg der Heidenen, of in te gaan tot eenige Stad. der Sarnaritaanen, Matth. X: 5, en Hy/ zelf moest verklaaren , dat Hy niet was-: gezonden, dan tot de verloorene Schaapem van het huis Israêls. Maar wanneer dat zoui gefchied zyn, wanneer het oogenblik zou; daar zyn, dat Hy met de Wolken des Heemels zoude koomen tot den Ouden van dagen , om van denzek en de heerfebappy, de. eere en het Koningryk te ontvangen, dat alle Volken, Natiën en Tongen Hem eerem V v.v % z»m-

Sluiten