Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ioo ELFDE LEERREDE.

t. Wat men door de Rust zelve te verftaan heeft.

< 2. En hoe dezelve verkreegen wordt.

I. Het Griekfche woord mmnct^roj drukt iets meer uit dan rust , of een enkel ophouden van 'arbeid. Het beteekent ook Verkwikking. Intfedaad , het is voor een mensch die door het langduurend torfchen van eenen zwaaren last vermoeid en afgemat is, niet genoeg, dat hem de last fiegts worde afgenoomen , maar hij heeft ook voedfel en verkwikking noodig, om zijne geesten te verleevendigen, en zijne verioo'-ene krachten te herftellen. Zoodaanig is de Run, welke het Evangelij aanbiedt. Zij maakt niet alleenlijk een einde aan ons vruchtloos zwoegen , maar zij fchenkt ook eene zoete en verkwikkende hartfterking. Er is niet fiegts vrede, maar ook blijdfchap in het gelooven. —

De zaak in haare ruimte genoomen, kunnen wij de beloofde Rust in tweederlei opzicht befchouwen ; t. w. , als eene tegenwoordige — en eene toekoomende Rust.

Van de eerfte fpreekt de Apostel, daar hij fchiïjft: Wij , die geloofd hebben, gaan in de ruste (b).

De

(b~) Hebreen IV: 3.

Sluiten