Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( *3 ^

rtfdl waren begeeven; gelyk hiervan duiaelyk gC* Vallen in de Vroedichaps Reiolutien van den ui Ju* ny 1648, 13 Novemb. 1649, en 24 Septemb. id$ó gevonden wierden.

Dat zy Heeren Commisfarisfen ook bevonden had* den, dat de Ampten van Burgemeesteren, Scheepenen en Thefauriers, ten tyde van het Stadhouderft hap van de Prinfen Fredrik Hendrik en Willen den tweeden, op denzelfden voer, als ten tyde van Prins Maurits, begeeven waren, te weeten, byeleöievan deu Heer Stadhouder uit een dubbel getai, door de Kegeenng genomineerd»

ün dat zy Heeren Commisfarisfen hier op alleeü moesten aanmerken, dat, fchoon by het Handvest van ViOuu JacoOa van Beyeren van den n April 1416 aan de Stad het zoo notabel voorrecht, daar by vermeld, was verleend, men zich in die dries ötadhoudcrlyke Epoques in dezen naar het O&roy van den 15- Maan lóco gedragen heeft.

D«i vervolgens, na het overlyden vatt Prins Willem den tweeden, de twee hier voor gemelde en zeer notatie Octroyen van den 9 Decemb. 1650 en 18 Decemb. 1669 door H. Ed. Gr. Mog. verleend zynde, de aaidtellingen tot Burgemeesteren, Scheepe* nen en Thefauriers, conform die Octroyen, als ook de begeevingen van Vroedfchaps Ampten volgens dat van den 15 Maart ióïo, door de Regeeringder Stad gedaan zyn,

Dat zy Heeren CommUCatisïen Vetders hunne at* tentie gevestigd hebbende op het geen, met betrekking tot de begeeving der Ampten van Burgemees* teren. Scheepenen, Thefauriers en Vroedfchappen, ten tyde van het Stadhouderfchap van Prins IVillern atn derdtn was in gebruik geweeft, wel hadden bevonden, dat de eleeiien tot dezelve ampten aan welgemelden Prins door de Regeering Waren overgela* ten: Dat het aan hun Heeren Commisfarisfen ook* uit overweeging der Vroedfchaps Refolutienvandeïl 19 Mai 1674, als ook van den 13 Juny, 6 Augulty en 16 Decemb. 1701, wel als vry waarfehynlyk was voorgekomen» dat zyne Hoogheid, en ook de Regeering, diestyds van mcenig geweest zyn, dat hes recht om dele elecf ien te doen aan den Heer Stad-* houder toekwam.

Maar dat zy Heeren Commisfarisfen op dit eeri en ander moeiten antwoorden, dat, gelyk de hier voor gemelde onrechtmaatige en onbeitaanbaaae Re* folutie van den 30 Novemb. 1610 niet, teegen de duidelyke Handveilen en Privilegiën aan, tot eenig richtfnoer verltrekken kan, zoo ook het verkeerde begrip, het geen waarfehynlyk by de Regeering ten tyde van het Stadhouderfchap van Prins IVillem den derdtn heeft plaats gehad, of althans de tegen de Stads voorrechten en tegen het daarby wtdrukkelyk

F a ge-

Sluiten