Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( » >

DEDUCTIE»

aan de Edele Mogende Heeren Deciseurs overgegeeven, uit den naam ende van wegens Jr. A. W. Fnjheer van Nagel! tot Ouden en Nieuwen Ampfeny Deducent ter eene;

Öp ende tegen

Den Heer J. M. van Èeyma , Secretaris yan *t Collegie ter Admiraliteit in Friesland , Gededuceerde ter andere zijde,

EDELE MOGENDE HEEREN!

Waneer, öp den ? April deezes Jaafs, de Stemgerechtigde Ingezetenen van de Grlere< nije Franequeradeel, op uitfchrijving van de Edele Mogende Heeren Commisfarisfen van de Gedeputeerde Staaten deezer Provincie, procedeerden tot het maaken vaii eene Nominatie van drie Perfoonen, ter vervulling vail 't vaceerende Grietmans Ampt van gemeb de Grietenije, en daar op, benevens Jr. M. Baron vaii Cöehoom etf Jr. IV. H. T. C. BdW the Schwartzenberg en Hohenlamberg, geftemd wierd de DEDUCENT, is daar tegen, van wegens den Gededuceerde», geprotegeerd; omredenen, datde DeducenLietverkieskar tot Grietman zoude zyn, omdat dezelve geen geboren, noch naar de fretten otU zes Lands genaturalifeerde Fries zoude weezetu

De Deducent, daar en tegen vermeenende , allezins bevoegd en volkomen gequalificeerd te zijn, om tot de Nominatie van 't gemelde Grietmans Ampt geadmitteerd te worden, heeft de eer, tot adftruclie van dat zijn recht, zeer eerbiedig voor te draagen t

Dat in aanzien van de Qualificatie , om binnen deeze Provincie Ampten te bekleeden, bij Refolutie van de Edele Mog. Heeren Staaten van den 28 February 1705 vastgefteJd is: „ Dat in 't toekomende niemand admisfibel zal weezen tot den Landsdag, noch tot het, bekleeden van eenige ambulatoire Ampten, buiten en binnen dê Provincie, het zij dan ,

„ dat

Sluiten