Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

COPIA,

A

Lyit naam en van wegens Abraham Wyngaarèên, Feike Kamsmd, tiarmen Radsma , Rein J Brouwer, Albert JVymers Bakker, Jacob Ruitingd, Jan H. Oojterhout, Junrns van Alema^ Tttke S. Stephani, Johan Ewoud Frank, Minne Vink en Eduard Murws van Beyma, aiie Leeden van, en uitmaakende de Meerderheid der Vroedfchap van de Stad liariingcn, te infinuèeren aan Regeerende Burgemeesteren van gemelde Stad, omme met de Stemminge der Volmachten ten Landsdage voor den jaare 1784 niet voort te vaaren in den Iiaaren^ zonder tot die Stemminge de Vroedfchap mede'te convoceeren en te admitteeren, protesteerende zij bovengenoemde in cas van weigering van nuditeit en onschadelijkheid van alles, wat in deezen zoude mogen worden gedaan buiten de Vroedfchap, alles met der Exploicteuren Relaas in Forma.

Op huiden den 10 Januarij 1784. 's morgens voor middag verklaaren wij ondergefchreeven Notarien ons vervoegt te hebben ten Huize van den Hr. Johan Daniël Tousfaint, preefideerende Burgemeester der Stad Harlingen, en aan zijn Ed. Achtb. in die qualiteit in Perzoon geëxploióbeerd te hebben ommeftaande Infmuatie. met protest, waarop voor antwoord bekomen hebben, dat zijn Ed. Achtb. van ons verzogte Copia uit dezelve te hebben, en dat tegens na den middag te twee uuren van den zeiven dato Vergadering van Magiftraat zoude beleggen, en ons verzogt om ons op die uure te lifteeren op den Raadhuize aldaar, 'twelk wij hebben aangenomen, en daar na authenticque Copia van binnenftaande Infmuatie met protest aan zijn Ed. Agtb. hebben ter hand gefteld. Pasfeeren deezen voor Relaas en te zijn ons wedervaaren.

Aftum binnen Harlingen den 10 Januarij 1784. voormiddag, in kennisfe onzer Notarien handen (was get.) N. van Loon Not. Publ. &c. R. H, van AÏtena Not. Publ.

Op huiden den 10 Januarij 1784. 's namiddags, verklaaren wij ondergetekende Notarien ons ter bovengeftelde uure gefifteerd te hebben op den Raadhuize ten voorfz. Stede, en aldaar uit monde van den praefideerenden Burgemeester Joh. Dan. Tousfaint naamens de Ed. Achtb. Magiftraat van Harlingen ontvangen te hebben, op ommeftaande Infinuatie met protest dit eindelijk antwoord: " De Magiftraat vind geen reden of vrijheid om 3, van een Recht, 't welk bij Hun Achtb. Collegie zedert een reeks van Jaaren is geoef„ fend geweest, zonder wettige redenen afftand te doen, en zal overzulks voor als nog bii 9> 't oude gebruik perfifteeren."

Waar mede wij deezen pasfeeren voor Relaas en te zijn ons eindelijk wedervaaren; in kennisfe onzer Notarien handen, binnen Harlingen den 10 Jan. 1784. (was get.) N. van Loon Not. Publ., R. H. yan Altena Not. Publ.

Coll. accordeert met het origineele, ia kennisfe van mij. Aftum Harlingen den 28 Jan*,' 1784.

d. L Conradh

Sluiten