Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DEDUCTIE

VOOR

JAN TAMBOESER, HERMANUS de WAARD , en E. M. van BEYMA, als wettig geftemde Vol» machten ten Landsdage wegens de Stad Harlingen voor den loopenden Jaare, Deducenten

Op en tegens

SYDS SCHAAFF, Raad in de Vroed* fchap derzelve Stad, Deduceerde,

EDELE MOGENDE HEEREN/

^2*eer Zonderling is het dat in decfcc verligtc tyden » hog een dispuit door de Deduceerde wort gemoveert over eene zaak die zoo Iiquid is, dat 2e om het niet op het ergst te noemen, eene diepe onkunde aan de fcyde van den Deduceerden aan den dag legt.

By de Stemming van Volmachten ten Landsdage te Harlingen, zyn preefent geweest vier-en-dertig Vroedfchappen.

Zestien hebben geftemd tot Volmachten de De* ducenten.

Zes hebben genoemd de Heer B'mxma uit den Raad, en de Deduceerde uit de Vroedfchap.

Zes de Heer Frank uit den Raad, en de Deduceer» de uit de Vroedfchap.

Drie den Heer Tamboefer uit den Raad, en de -De* duceerde uit de Vroedfchap.

Een de Heeren B'mxma en Frank uit den Raad, en de Deduceerde uit de Vroedfchap.

Een de Heeren de Waard en Frank uit den Raad$ en de Deduceerden uit de Vroedfchap.

En eindelyk de Deduceerde, heeft geflemt de twee eerfie Deducenten uit den Raad, en zig Zeiven uit de Vroedfchap. :i

A En

Sluiten