Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4& &

DEDUCTIE

aan de Edele Mogende Heeren STAATEN van FRIESLAND, overgegeeven uit den naam en van wegens Jan Wiehes Keikes^ üia-

con te Ylst, als fchriftelijke Last en Procuratie hebbende van den MAGISTRAAT ,KERKENRAAD en Stern-hebbende LEDEMAATEN, van gemelde Stad, ïn die

Qualiteit, Appellant en Deducent

ter eene;

Op ende tegen

Hinne Sannes, W. W. Hoekjlra^ H. M> Scrinerius, Wijbe Gerbens Bootfma^ Jacob Gerhcns Boot/ma 9 Ri/kel Pieters^ Ids Pattlus en Lammert Hendriks, Appelleerden en Deduceerden ter andere zijde.

EDELE MOGENDE HEEREN!

O

p den 15 Junij 1786 is, tusfehen Parthijen, bij het Hoog Eerw. Synode van Dokkum, uitgefproken, eene Sententie, waarbij de Appellanten verklaard zijn, niet te zijn bezwaard, bij de Sententie, door de Eerw. Clasfis van Sneek, den 7 Februarij 1786geweezen, en door Sententie van de Hoog Eerw. Heeren Deputaten, de dato den 50 Maart

A 1786,

Sluiten