Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 239 3

Van deeze 1100 zijn ruim 600 Luitenants, Sous - luitenants, Vaandriks en Cornets: waarvan misj'chien de helft geen 30, en een grootdeel nog geen 10 Jaaren bereikt hebben; wat merites deeze nu bezitten, dewijl ze als Officiers niet vertrouwd zijn, om ter goedmaking van deeze fchande, hun leven lang op kosten van dc Maatfchappij ledig te lopen, betuigen de ondergetekenden niet te weeten.

Overal klaagt men over gebrek aan penningen ; in alle Gewesten moeten geforceerde geldheffingen worden gedaan, en in weerwil yan zulks, is men zoo ruimfchoots

in het geeven van penjioenen. Hoe is dit toch over

een te brengen, met de zoo dikwerfJlerk geroerde toonen, dat het Vaderland en dc Vrijheid zulke groote opofferingen (als daar zijn de extra ordinaire geldhefmgen j vorderd? — Hoe jlemt dit overeen met de financieele belangens, dat groot bolwerk van ons bejlaan? — Hoe vreeslijk jlingert niet onze Staats-hulk, door de barningen van agterlijke betaalingen van zomviige Gewesten, daar dc nijvere Burger moet worden geforceerd, om van zijne, door eigen vlijt verkregene goederen of Winjlen, een deel, ook af te jlaan aan de, uit der hoogte en met veragtlng op hem neder ziende, penfi'oen-trekkers, welke men niet vertrouwde om in dienst tc blijven, of op nieuw geplaatst te worden.

Op wat grond toch, hebben dezulke penf oen gevraagd, en bekomen? — Burgers! wij bekennen voor zodanig Verfchijnzel geene reden te kunnen uitdenken.

Bezuiningen in alle vakken van 't Bejluur, kan onzes oordeels, alleen het dobberend Vaderland redden, en dit hadden wij al voor lange verwagt; — dan, wanneer zulke geldverfpillingen plaats hebben, fchiet 'er geen redmiddel over.

Wij weeten, Burgers! dat deeze bedenkingen afgaan van de Publicatie der Nationaale Vergadering, dewijl zij niets fpeciaal, eenige met bewijzen ge/laafde befchuldingen, van een of meer Officieren behelzen; dan, de meejle menfehen zijn thans in 't onmogelijke, cm zodanige atteflatlcn te kunnen pasfeeren, van gevallen, welkt nu 10 Jaaren geleeden, hebben plaats gehad: —maar wij vragen op ons beurt, indien het Commité van Bondgenootfchap te Lande dezelve onfchuldig keu;

Sluiten