Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H JAN van SCHAFFELAAR;

Mevrouw van Naaldwijk. Het is het bloed van uwen lieven, van uwen vermoorden vader!

De Jonge N a a l d w ij k. ó Mijne lieve Moeder! — M e vr. o uw van Naaldwijk, driftig. Wel aan', ik vorder het bewijs van uwe liefde.

De Jonge naaldwijk, driftig.

Eisch, Mevrouw!

Mevrouw van Naa ldwijk.

Hij viel ftrijdende voor zijne Medeburgeren.— (driftig) Deeze borst, Egbert, heeft u gevoed met mijn bloed; nu is die befpat met het bloed van mijnen held, van uwen vader; gij zijt nog jong, maar de degen past in uwe vuist. — Gij moet hem wreeken.

De Jiintre naaldwijk, driftig.

Dit zweer ik. — Ik zal zijnen dood wreeken, of fterven.

Mevrouw van Naaldwijk.

Braaf! gij zijt mijnen held waardig. — (driftig) Wreek hem . Egbert! dat ik u geftadig uit den ftrijd zie wederkeeren , befpat met het bloed zijner moorders, even als deezen doek. — Jongeling, dank zij den Hemel ! dat ik zulk èen waardigen telg heb voortgebragt. — Dat ik $ omhelze!

ft

Sluiten