Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL.

35

De Jonge Naaldwijk. Mijn moed zal mij nieuwe kragten geven.

Mevrouw van Naai.dw ij k. Egbert! leg uwe hand in de mijne, en zweer mij, eeuwig de ontzielers van uwen vader te haaten en te vervolgen.

De Jonge naaldwijk, zijne handen /eggende in aie zijner Moeder. Dit zweer ik u , bij al wat mij dierbaar is. — En. . . .

Mevrouw van Naaldwijk. Genoeg! — nog dén woord! —

De Jonge M aal d wij k. Mevrouw!

Mevrouw van Naaldwijk. Men rust zich toe, om de Cabeljaauwfchen, die in deezen oort zijn, uitteroeijen ; gij kent Schaffelaar?

De Jonge NAALDWIJK. Hij is een dapper krijgsman, die geene gevaaren vreest.

Mevrouw van Naaldwijk. Ik haat hem des te «erker; o dat zijn bloed het offer mogt zijn aan de fchim van uwen vader. De Jonge naaldwijk, driftig. Op dit (taal zweer ik u, dat ik mijn laatften druppel bloeds zal wagen, om het hem in het hart te drukken!

p + Me-

Sluiten