Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TONEELSPEL. 23

van onze braave natuurgenooten aankomt, moet alles agterftaan; ik kan de klederen, die ik heb, nog wel een half jaar dragen, zonder mij zeiven fchande te doen, en dan heb ik voor het gemis van een weinigje nuttelooze pracht twee beste, twee edele zielen gered. — (Met drift en vervoering de wisfel kusfende~) Hoe kostelijk is het geld, als 't wel bedeed word! Die wisfel moet voor mijne Charlotte zijn. — Wat zeg ik daar ? — mijne Charlotte! —

AGTSTE TONEEL.

de voorige. de hospes, brengende het fchrijfgereedfchap.

de hospes.

Zie daar, jonge Heer!

fréderik.

Best. — (Hij zet zich neder om te fchrijven.~)

de hospes, ter zijde. Die jongeling fchijnt geheel anders als de meeste jonge knaapen, die hier komen, en die ik elders zie; hij is bedaard, minzaam, en fpreekt als een Profesfor; dat hij zegt is waarheid; hij heeft me daar ftraks eene les gegeven , die raak was; ik zal ze onthouden: want ik heb B 4 van

Sluiten