is toegevoegd aan uw favorieten.

Historiesch schouwtooneel van 'swaerelds lotgevallen; in het jaar 1791

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

88 L E E V E N S-S C H E T S van

een kleen jaargeld , naar Gocttingen te komen, Hij vertrok derwaards in 1745 , en , fchoon het hem aldaar , in den beginne, niet aangenaam was, verkreeg hij welhaast den grooten Maller, ten vriend , die , ondanks den grooten afstand , hem zeer oprecht beminde.

In den jaare 1746, werd hij buitengewoon, en, in I75° ■> gewoon Hoogleeraar in de Wijsgeerte , en niet , zoals veelen gemeend hebben, in de Oo: terfche Taaien , fchoon hij ook dezen openbaar geleerd heeft. In het volgend jaar , werd hij, op aandrang van Haller, Geheiml'clnijver der, toen geftichtte, Maatfchappij der Wetenfchappen; waarvan hij, echter, in 1756, weder afstand deed, blijvende enkel gewoon medelid ; doch werd , in 1761 , na Gessners dood , beftuurer derzelve , tot in 1770 , wanneer hij voor beiden bedankte. I» 1753) nam hij ook deel in de Goetiingfche geleerde aankondigingen , en verkreeg daarvan, toen Haller Goettingen verliet, het opzicht , welk hij tot in 1770 behield.

In den zevenjaarigen oorlog, had hij, te Goettingen , veele onaangenaamheden , doch ook zonderlinge genoegens. De Franfchen waren zeer minzaame vijanden, vooral jegens de Univerfiteit. Van 1757 tot 1760, waren de Hoogleeraars vrij van alle herberging der krijgslieden. Onze Michaülis , fchoon hij daarvan insgelijks gebruik had kunnen maaken , had echter in zijn huis den GeneraalAdjutant van den Maarfchalk de Broglio , met

naa-