Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORREDE N. 2I

Met geen' minderen eerbied gedenken wij aan wijlende Heeren Mr. Irnan Paauzv en Tbijmon Boey , welken ons voorzagen van verfchillende Sententien en Gewijsden, in de Memoriaalen en Sententieboeken, zoo van den Hoogen Raad, als van het Hof van Holland, Zeeland en Friesland, gevonden wordende.

Wij zwijgen de edelmoedige Denkwijs van de aanzienlijke Regeeringen der Steden Rotterdam en Utrecht; welken geene zwaarigheid maakten, derzelver Archiven voor ons te openen; en uit welken wij, onder het Opzigt van de zeer kundige Heeren, Mr. Rudolph Wijkerheld Bisdom, en Mr. Jan Wijnand de Ruever , waar van de een het Geheiffifehrijverfchap, in de eerstgenoemde, en de andere, in de laatstgenoemde Stad, met den grootiïen Lof, bediend heeft en nog bedient, zeer naauwkeurige, en elders niet te vinden, Affchrilten bekoomen hebben.

Geene mindere Verpligting hebben wij, aan den Heer Ferzijde van Varick , te Brusfel; welke , door de tusfchenkoomst, van zijnen en mijnen bezonderen en hooggefchatten Vriend , den Burgemeester ^co^ Gael, wiens nagedagtenis het Prinfelijke Delft, t'aller tijd, zal eerbiedigen, ons bezorgd heeft een kort Summier van eenige Sententien, welken , in de nog overgebieeven Registers van den Grooten Raad van Mechelen, te vinden zijn.

Voords moeten wij den Leezer herinneren, dat wij ons niet weinig bediend hebben van de, nog voorhanden zijnde, zielen- en Kiep- oïPubli-* catieboeken; zijnde deeerfte en oudfte Stads Registers, waar in de dagelijks voorvallende Zaaken enGebeurdtenisfen, midsgaders de Publicatien en Bekendmakingen, welken, in het openbaar, met het Kleppen van de Klok, en , om die reden, bij ons , den naam van Aclum -per Campanam draagen, werden afgekondigd, flaan aangeteekend. Jammer is her, dat de Klepboeken tusfchen de Jaaven 1471. en 1579. vermist worden (ji). Wam, alhoewel > in deeze Registers, de Graaflijke Handvesten en Stedelijke Concordaten en Overdragten , niet dan zeer zeldzaam, voorkoomen, verfpreidenze nochtans een aanmerklijk licht, over de bezondere Gcfchiedenisfen, de Voorregten, midsgaders de Regeeringsform, van deeze Stad. Endaar delaatfle, geduurende het Graaflijk gezag van Karei den II. en Philips den III , nu en dan, eene aanmerklijke verandering heeft ondergaan, en deGebeurdtenisfen van dien tijd van geenen geringen invloed zijn geweest, op die der volgende tijden, moeten wij het gemis van die aanteekeningen dubbel betreuren. Egter kunnen wij niet ontveinzen, dat zulks, aan de andere zijde, eenigermaate vergoed word, door de reeds genoemde Aclenboeken\ welken federd het jaar 1383. tot het jaar 1532, nu nog, voorhanden zijn, en eene reeks van aanteekeningen bevatten, welken, tot verftand en opheldering der Handvesten , (trekken.

Met geen minder leed betreuren wij, dat de nog overgebieeven Registers van de Refolutien van den Oudraad en van het Geregt, niet eerder, dan met het jaar 1622, een'aanvang neemen. Bij welke geleegenheid en uit welke oorzaaken , die van vroegere jaaren zijn uit de

^ ijfr ^ ifc Wc*1

(a) Ten tijde van onzen Stads Befchrijver M. BaUn , warenze nog voor handen, gelijk uit vertcheiden plaatfen van zijn Werk te zien is.

Sluiten