is toegevoegd aan uw favorieten.

Handvesten, privilegien, vrijheden, voorregten, octrooijen en costumen [...] der stad Dordrecht.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IIO

PRIVILEGIËN

Handveft van Graave Jan van Henegouwen, gegeeven aan die van Zuidholland, inhoudende veele voornaame Voorregten.

9. Junij 1303.

WI Jan Graue van Henegouwen van Hollant van Zelant ende van Vriezelant maken cont allen luden dat wi onzen goeden luden ghemeenlike van Zuthollant bede edelen luden ende ghemeenten hebben ghegheuen ende gheuen met defen brieuen van ons ende van onzen nacomelinghen alfulc recht alfe hier na befcreuenftaet hem ende haren nacomelinghen ewelike jn den houe van Zuthollant mede te berichtene [<afj vter tafle ende anders niet het ne fi jof daer jemene

met

A A N M E R K I N G E N.

Tn onze Voorreden hebben wij verilag gedaan , waarom wij meenden, de algemeene Privilegiën en Handveften van het Bailliuwfchap van Zuidholland, onder die van Dordrecht, te moeten plaatfen. Wij vergenoegen ons derhalve, om de duiftere, en in den eerften opflag 011verftaanbaare punten, van de bovenftaande Handvefte, kortéüjk op te helderen.

Vooraf moeten onze Lcezers opmerken, dat deeze Handveft, tot hier toe, nooit, zoo alsze thands te voorfchijn wordt gebragt, het licht gezien hebbe. Men behoeft dezelve flegts, met een vlugtig oog, te vergelijken met de Affchriften, welken door van der Eyck(i), J. van Oudenhoven (2), M. Balen (3), en in andere gefchreeven Handveftboeken, gevolgd zijn; en wel haaft zal men een groot verfchil, in genoegfaam de meefte punten, aantreifen. Want behalve, dat de zoo evengemelde Affchriften ruim tweemaal uitgebreider zijn dan de oorfprongkelijke Test', koomen er ook verfcheiden zaaken in dezelven voor, waar van in den laatftgemclden geen voerftap tc vinden is. De reden van dit onderfcheid meenen wij te moeten zoeken in de zoo dikwerf voorkoomende uitdrukking als te haer comen es. Want, wanneer men in opmerking neemt, dat dezelve , in de reeds gedrukte Affchriften, telkens gevolgd worde door clats te verft aen , ontdekt het zig vanzelf, dat er, in 't vervolg van tijd, deeze verklaaring bijgevoegd zij, zoo om het haercomen voor de vergeetelheid te beveiligen , als om den Regters en Onderzaaten in der tijd tot een rigtfnoer en eene handleiding te kunnen ftrekken, ten einde die hier door

zeeker konden weezen, op welke wijze men eenig haercomen begreep en erkende. In Welk eenen tijd zulks allereerft gefchied zij, hebben wij niet kunnen opfpooren. Dit is zeeker , dat die verklaaring in de vijftiende eeuw reeds in gefchrift gebragt ware, wijlze in de gefchreeven Privilegieboeken van dien tijd (4) gevonden wordt. Moogelijk taft men niet geheel mis, wanneer men vaftftelt, dat deeze uitleggingen, van tijd tot tijd , bij de Handveft gevoegd zijn geworden, en welligt , nu en dan , met toeftemming en en met voorkennis van den Graave. Tot deeze laatfte gedagten krijgen wij grond, uit eenen Brief van Heitoge Aelbregt van Beieren, van den vjf/êntwintigften Oftober des jaars 1399 (5) ■> waar bij dees Vorft een voornaam punt van deeze Handvefte, welk toen reeds duifter gereekend werd, op zulk eene wijze, als het in de nadere uitlegging gevonden wordt, verklaarde. En , nademaal deeze uitbreiding met weinig ftrekt tot verftand van den oorfprongkelijken Text, hebben wij het noodig geoordeeld , om dezelve, tuffchen twee haakskens en met bezondere letteren, agter ieder punt, in te laffchen.

[a] Vter tafle. Dat is uit de Vierfchaar. Zoo leeft men in 't vervolg van deeze Handveile : niemene mach enighen man in die ta~ fle, dat is, in de Vierfchaar hrenghen hetne fi hi den gbevoarden rechtere. Gelijke uitdrukking vindt men in eene Handveft van den Zwijndrechtfchen Waard van het jaar I337 (6): voorts en fullen geenerhande faken ter TAFEL van 'Zuyt-Hollant komen die

(i) Handveften van Zuidholland, hl. Ii6-~i2t.

(2; Befcbrijv. van Zuidholland, bl. 464 — 447.

(3) Befcbrijv, van Dordrecht, bl. 11 —17.

(4) Zie onder anderen MJf. Keuren en Privilegiën van Dordrecht, gequot. A\. U. iss-~ï67 verr

(5) Bij van der Eyck, bl. 273. '*

(6) Bij j. van Oudenhoven Zuidholland, bl. 244.