Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 4 )

dit wist men, althans men kon dit weeten, ondeugd; en dat Jlraf, ten eenigen tijde, ondeugd op de hielen volgt en zich wreekt. Men pleegde, uit haat, ondeugd ... immers,- om anderen te behdagen ? . . . wie zou onderftellen durven, dat het feit uit zulk een begin/el gevloeid ware ?

Dan, wat er van zijn mooge; men heeft, door dit vuig gedrag een gedenkteken voor de onmenfchelijkheid opgericht zonden gezaaid , om een

wasdom van wroegingen te oogften, en dien akker van God, waar op de dooden, ter opwekking van den aartsengel, gebragt worden, onbeducht en vermeetel gefchonden.

Te fchoon is onze ziel, om hier over wraak te roepen; maar wij duchten, dat die, naar maate zij met langzaamen tred nadere, naar maate geduchter zal zijn; want, wij moeften ons, in dezen niet bedriegen, God laat zich niet tergenen.... Hij heerscht, en onder welke maatfchappelijke regeering wij ons ook mogen bevinden, God regeert en zijne engelen voeren zijne bevelen uit.

BE-

Sluiten