is toegevoegd aan uw favorieten.

Memorie, houdende het generaal rapport. Van de personeele commissie van het financie-weezen, met bijlaagen. In dato 21 meij 1790

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

^ 2. 2 )

t)it blijkt vw^ w/? uit de extenfie van deeze poll op oude Staaten van Oorlog, wordende op die van ido8, 1609 en 1610 gevonden een poft van ƒ 3000- o- o 's maands voor Scheepsvragten, voorziening van brand en lichten, m ' de Forten, en andere voorvallende onkolten, op die van 1613 en volgende dezelfde fom voor Scheepsvragten, voorziening van brand en lichten tn de Fouten, en eindelijk op die van 1667 een fom van ƒ 15-0- o- o ter maand voor Scheeps- en Wagenvragten , voorziening van brand ende Keerssen in oe Forten, en ten anderen, uit verfcheide acf.es door den Raad van State uit deeze po!t tot dat einde in de voorgaande eeuw gedepêcheerd, ten behoeven van den Major te Swartfluis en de Commifen te J3iokzijl en Sreenwijk, als mede uit eene acre nog in deete eeuw geil tagen, ten behoeven van den Commis te Zwoll, tot betaaling van Kaarilen , Stioo en Turf voor de wagten bii de Penanten.

^ Doch deeze voorziening aan de gemelde plaatfen komt tnands niet meer te pas, zeedert de opgenoemde plaatfen hebben opgehouden tot de Frontieren re behooren, waarom dan ook niet langer op den Staat van Oorlog eene poit voor dezelve noodig is.

Men ziet dus hier uit, dat de Heeren Staaten van Overljtlel geen reden hadden om in het jaar 1717 te inlleeren op eene yerhooging van deeze poit, ten zij hoogftdezelven zulks gedaan hebben, om daar uit te vinden de Scheepsen Karre-vragten tot vervoering der Militie, gelijk wel te denken is, om dat zij wel eens geklaagd hebben, dat de poit daar voor op den Staat van Oorlog ftaande, en met die van Turf en Kaartten gemêleerd nivc toereikende was tot het aaiing der kollen op hec trant pon der Militie vallende.

Op de poft van Scheeps- en Wagenvragten, Vacatiën &c. ter repartitie van Gelderland, volgt die van Turf en Kaarsfen^ ten behoeven van de Wagten in de Frontieren van 's Gravenweerd en St. Andties; naardien echter deeze poft behoordt onder die geenen, welke raakeo elke Provincie in het bijzonder, en wij voorgenomen hadden, even als door den Raad van State gefchted is in de Miliive van 15- Maart 1717 eerit af te handelen de poiten, die op alle of de meeste Provinciën gevonden worden, zullen wij voor als nog de eerftgenoemde onaangeroerd laaten, en tot de laatfigemelde overgaan.

Onder dezelven vinden wij in de eerfte plaats de poft van driemaal honderd duizend guldens 'sjaars voor de Defroijementen van de Generaliteit , en vereeringen aan de uit- 11 heemfche Miniiters en Extraordinaris bezendingen van wegens den Staat te doen.

Het einde waar toe deeze poft is gedeftrheerd > ontvouwt

& e om

Staat van Ootiogk

Defröijë'enten*