is toegevoegd aan uw favorieten.

Memorie, houdende het generaal rapport. Van de personeele commissie van het financie-weezen, met bijlaagen. In dato 21 meij 1790

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gïïè Afd. Staat van Oorlog.

Fortificatiën,

( ±28 )

Gedeputeerden huiten 's Lands, volgens

onze gedachren hier boven opgegeeven

zou dienen verhoogd, en de poft voor

de Defroijementen verminderd te wor-

den, als zullende de betaaling van die I

lom uit de zoo even genoemde poit in

het vervolg celleeren, zoo als te zien is

uit de Lijtt daar van geformeerd > en hier

agter gevoegt fub Lilt. P.

En dat derhalven het betaalde op de Defroijementen en het refpecl: van Miniiters buiten 's Lands &c. in een ordinaar jaar j maar zal bedraagen een fom van ——» j ƒ 129243 1 8|

Ingevolge van deeze bereekening, die heruit op het beloop van de betaalingen geduurende vijftien jaaren gedaan, vermeenen wij, dat in plaats zoo van de poit van ƒ $-0,000- o- o voor het reipecl van Miniiters buiten 's Lands declareerende, ah van die voor de Defroijementen tot j 300000- 0- o op den nieuw te formeeren Sraat zoude behooren gebragt te worden een fom van eenmaal honderd en dertig duizend guldens 's jaars.

Voor het onderhoud der Fortificatiën zoo binnen als buiten de Provinciën worden twee potten op den Staat van Oorlog gevonden, waar yan de laatite zeedert veele jaaren tol een ander einde heeft gediend, zoo als op zijn tijd zal gezien worden. Alvoorens echter onze-gedachren te uiten over elk dier poiten afzonderlijk, zal het noodig zijn vooraf het een en ander op te teekenen over het onderhoud der Fortificatiën in het algemeen, en wel bepaaldelijk geduurende den Oorlog met Spagne rot op de Muniterfche Vrede, dewijl het onderfcheid van twee poiten, zoo als thands op den Staat van Oorlog voorkomen, eerit is ingevoerd op den Staat van Oorlog van het jaar 1650.

Het is bekend dat de Bondgenooten bij het 4 Articul der Unie met elkander waren overeengekomen en verdragen, 3J dat de Frontierfteden en ook andere, daar men des

van nooden zoude vinden, om her even van welke Projj vincien die waren , bij advis ende ter ordonnantie van jj de geünieerde Provinciën, zouden vaitgemaakt ende gejj iterkt worden tot kolten van de Steden ende Provinj3 cien, daarinne die geleegen waren, mits hebbende daar jj toe adfittentie van de Generaliteit voor de eene helft, j, ende dat voor zoo verre bij de voorfz Provinciën raadje zaam mogt worden bevonden eenige nieuwe Forten of-

te 'Sterkten in eenige van die Provinciën te leggen ofte jj die 'er lagen te veranderen of af te werpen, de koiten ij daar toe noodig bij alle de Provinciën in het generaal

gedraagen zouden worden..

Edoch welke deeze Frontieritedsn waren, en tot wiens

las-