Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS. 189

daagfche Jooden verworpen worden. Dat mozes, de dienstknegt van den waaren god, eenen Afgod offeranden zoude toebrengen, is zulk een ongerijmd en beuzelagtig verdichtzel, dat het geene wederlegging waardig is. Het brengt zijne eigen wederlegging mede.

Nog een ander Afgod wierdt van de Kanaaniten, gelijk ook van de Moabiten, onder den naam van chemosch, gediend; zijne Tempels waren gebouwd op bergen,die van hoogopgaande Eikeboomen omringd waren. Vermids de Moabiten Afgodendienaars fchijnen geweest te zijn van den beginne, en zij hunnen oorfprong verfchuldigd waren aan eene bloedfchendige vermenging van loth met zijne Dochters, behoeven wij ons niet te verwonderen , dat de bloedfchande niet flegts door hen in hunne Tempels geduld, maar zelf als een pligt bevolen wierdt.

Een talrijk genootfchap deezes Volks droeg den naam van Philistyncn; deeze woonden langs de kust der Middellandfche Zee, nabij de plaats alwaar zedert Tyrus wierdt gebouwd. Zij waren verdeeld in vijf Stammen , die onder 't bevel van even zo veele Opperhoofden ftonden. Het blijkt uit de Schriftuurvernaaien dat zij door de Kinderen Israëls niet verdelgd wierden; zij verftrekten deezen tot eene tucht-en geesfelroede, zo dikmaals zij tot Afgoderij vervielen. Hun voornaamfte Afgod wierdt dagon genaamd; de Grieken noemden hem azotus. Van den navel af na boven vertoonde zijn beeld eene menschlijke gedaante; het benedenfte gedeelte was een Visch. Hij was de zelfde met den God

De aloude

KANAaNI-

teh, enz»

Sluiten