Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS. 42?

wat hem bewoog om beelden op te richten, daar zij in éénen waaren God geloofden ? , kreeg tot antwoord , dat zij geene beelden ] maakten, om daar mede aan te wijzen zo veele Scheppers van Hemel en van Aarde, maar dat zij zich daar van bedienden, om in gedagtenis te houden de deugden van groote mannen, welke hunne gebeden hooren , en voor hun bij God ten beste kunnen fpreeken.

Door het geheele land ontmoet men zulk een groot getal Pagoden,en in ieder van dezelve zulk eene verfcheidenheid van Afgoden, dat ligtelijk iemand zich zou kunnen verbeelden dat ieder gezin twee of drie bij zondere Goden ten zijnen eigen gebruike hadt. Doch de Priesters trekken hier groot voordeel van; zij zijn geftadig onledig met werken van Godsdienstigheid, offeranden en andere Tempeldiensten.

Eene meerdere zuiverheid van Eerdienst hebben de zulken der Cochin-Chineezen bewaard, die in de nabuurfchap van bergen woonen ; hunne Tempels zijn niet zo zeer opgevuld met Afgodsbeelden, en zij offeren hunne offeranden op de hoogten, of in bosfchen , onder het uitfpanzel van den hemel. Doch ook deeze betoonen grooten eerbied aan de naagedagtenis der Overleedenen.

In menigvuldige opzigten koomen de inboorlingen van Cambodin met de Siammers overeen; zij aanbidden de Ziel des Heelals, als den waaren God. Eenen wijdvermaarden Tempel hebben zij te Oneo, eene Stad deezes Koninklijks. Uit verfcheiden gewesten

van

Da

lOCHIN CHrÏEEZEN.enZ.

Sluiten