Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

ii

ambtenaarc„, — met die gene, welke van de verkwistingen der hoven leven, — en loontrekkende militairen, welke voor de meerderheid, door hunnen «wapenden arm , de erfhjke rechten dezer ftanden onderfteunden; — en aan den anderen kant bevond zich de overige masfa des volks. Doch ten gelukke des menschdoms, was de voorheen belhan hebbende vereeniging van kerk en ftaat, door de heerschzuchuge oogmerken der dweepzucht, en 'tzedenloos gedrag der hoven, van eikanderen gefcheiden, en daar door waren beide deze magten verzwakt, die wel eer op het naauwst verbonden, de menfchelijke kluisters onverbreekbaar maakten ; — en deeze voorafgegaane gebeurtenis, moet men nimmer uit het oog verliezen, om dat zonder die voorafgegaane neerlaag der dweepzucht , de vrijheid nimmer gezegepraald kon hebben.

Ja' wien is 't niet bekent, van wat invloed de fchriften van een' Rousfeau, Voltaire, en meer anderen zijn geweest. In hunne grondbeginzelen tastten zij wel de dwaalleer en het leerftellige van alle godsdiensten aan , en veroorzaakten daar door dat niet denkende en losfe menfchen zich van alle godsdienstige banden ontfloegen , waar door het zedenbederf niet weinig toenam j maar zij ontmaskerden ook het bijgeloof, en leerden eene verdraagzaamheid, die hulde

aan

Sluiten