Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C -.5IO X

wringt. — Onlangs fprak ik met een jong Heer ovet dat onderwerp, —- waar moet het heen, zeide ik, jnet ons geflacht, daar onze jongelingen eer naar fchimmen dan naar menfdhen gelijken? Ja waar moet het heen? zeide hij zoo lang als onze geëerbiedigde Overheden ftilzwijgend toelaten, dat 'er in alle ftegen en winkels, openlijk van die gerieflijke meisjes voor de deur zUten, die de jongelingen, verleiden eer zij water kennen, zoo lang zal men met geen den minsten grond op eenige verbetering ten dezen opzigte kunnen hopen. En wat de huwelijken aanbelangt O jemenij! als in onzen leeftijd Qik fpreek weder pars pro toto'} nog dezelfde ftraf' op het overfpel zqo flipt wierd uitgeoefend, als in de dagen van ouds, gelijk wij boven verhaald hebben, geloof mij Lezer! dan zouden de ftraten zoo vol. getrouwde vrouwen lopen met afgefneden hairen, dat 'er voor een eerlijk mensch geen doorkomen meer aan zou

wezen. Ik ftaa juist niet in één gevoelen, met

die befmannen \ die jaar op jaar fchreeuwen van verbastering it\ de zeden eii ons zoeken wijs te maken, dat het in den Patriottifchen tijd zoo erg geworden is, want onlangs in Lemnius zittende te lezen, vond ik bij dien fchrijver, dat de gezwangerde Nederlandfche huishennetjes (dit zijn 'smans eigen woorden)» na dat Karei de vijfde de fteden en dorpen met Spanjaarden had bezaaid , niets dan zwart gewinkbraauwde en bruingeoogde Spanjaartjes voortbra,gten, en Wanneer de mannen vroegen, hoe zijn onze kinderen de Signoren zoo zeer gelijk? wisten zij dezelven fpoedig den mond tefftoppen, en als pisfebedden tedoen zwijgen; zeggende, dat is om dat wij in de eerfte dagen van onze zwangerheid de Spanjaarden wat al te fterk hebben aangezien. — Het fchijnt of

in

Sluiten