is toegevoegd aan uw favorieten.

Korte beschouwing van den daadlyken toestand van den theehandel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 66 )

DERDE HOOFDSTUK.

Behelzende hoofdzaaklyk eene overweeging der middelen, van welke de Oost-Indifche Compagnie kan en mag gebruik maaken, om haar eigen voordeel te behartigen; entevens van die middelen, welke meest gefchikt fchynen, om zo wet aan dezelve een duurzaam en gevestigd voordeel, als tevens aan den algemeenen handel eene meerdere en zekere uitge» firektheid te bezorgen.

Na alles wat ik hiertoe breedvoerig opgegeeven heb, om de volftrekte onbeftaanbaarheid en ongerymdheid aan te toonen, van het fystema der geenen die vermeend hebben dat de Compagnie na het verbod van invoer hooge pryzen voor haare Thee moest maaken, en van het erroneufe in het gedrag van Bewindhebberen derzelve Compagnie in het inftemmen met deze verkeerde fuftenu; zal men my welligt de zonderlinge vraag doen: ,, of „ het dan aan de Compagnie niet vry ftaat om „ van alle die middelen gebruik te maaken, wel„ ke dienen konnen om haar de hoogfte pryzen „ voor haare goederen te doen bekoomen?" —

Alvoorens deze vraag, hoedaanig dezelve dan ook mooge zyn , naar waarde te konnen beantwoorden, moet ik al wederom de volgende aanmerking voor afzenden.

By gelegenheid der verkooping van den jaare

1788