Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(2)

Hoe minzaam werd mijn Vorst ontfangen3 , Bij 't Nasfauw minnend Rotterdam,

Men zag na Hem met blij verlangen, Zelfs eer Hij voor haar wallen kwam. l

Hoe heuchlijk was dit wederkeeren .

Tot 'sPrinfen waardig. Huisgezin, Daar Hij kwam,, juist bij het vermeeren:\

Der. Jaren van Zijn Gemalin. .

Zoo geeft God U in al U wegen,

In tegenfpoed zelfs dankens ftof, \ Daar hij, mijn Vorst! op U zijn zegen

Neê?daa-len doet, uit 't Starrenhof

God wil. voorts in U Post U fchragen, ó Brave Prins! Hij richt U paan; ,

Hij doe U naar zijfl welbehagen, In,hem gerust, pal blijven ftaan. -

Lang

Sluiten