Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SURINAMEN, VII. Hooftfl. 2®$

haar aanbod, beweerden myne roeijers, dat deeze vrouw eene tooverheks was: men ziet daar uit, dat het bygeloof de grenzen van deszelfs ryk niet tot Europa bepaalt.

In deeze Kreek, welkers oevers met Palmietboomen, ftruiken en doornen bedekt zyn , vonden wy groote witte nooten, die op het water dreeven, en die tot rypheid gekomen zynde van zelf fcheenen te zyn afgevallen. Zy zyn zoet, knappende, en zeer goed om te eeten: maar ik verzuimde ongelukkiglyk naar den naam van den boom, die dezelve voortbrengt, te verneemen. Men vind in eene groote meenigte op deeze zelfde plaats esn, zoort van water. heester, genaamd mocco-mocco. Het zelve groeit tot de hoogte van zeven of agt voeten. De ftronk, die vol met fcherpe punten is, is van onderen zeer dik, en word in de hoogte al langer hoe dunner, dezelve eindigt in drie of vier eironde en gladde breede bladen, die eenigermaaten de kragt bezitten van trekpleisters, om dat ze zeer fterk aan de huid vast kleeven.

Des avonds by de Charon komende, vond ik de fchildwagt in diepen flaap, het welk my dermaten moeijelyk maakte, dat ik ftilleties in het vaartuig gegaan zynde, myn pistool boven zyn hoofd affehoot, om hem te doen ontwaken, en ik verzekerde hem, dat de eerfte keer, dat het weer ge*

beur.

Sluiten