Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

496* GESCHIEDENIS der

ii.

BOEK. ii. HOOFDS1 1798.

Omwentc. ling in dt Nationaale Verga, dering.

wenscheen te ftellen (*) , zal moeten erkennen , dat die vorderingen , wat de in'• voering en daarftelling betreft, luttel beteekenden. Doch, van den anderen kant, zal hij even weinig lochenen , dat diezelfde tegenkantingen en belemmeringen , welke deze vertraaging veroorzaakten, door haare wrijving de denkbeelden ontwikkeld, verhelderd en de ftandvastige volharding, om de beginzelen der Omwending te doen zegepraalen, onverwinlijk verfterkt hadden. Zij waren het dan ook, die, als weldaadige regenvlagen en ftormen, de aarde doorweekten, het gezaaide deeden zwellen en kiemen, waardoor het flegts de ligtfte koestering der lentezon behoefde om uittebotten, en binnen weinige dagen tot den heerlijkften bloei te ontfpruiten. Zij waren het, die, eens overwonnen zijnde, ook nu den regten weg tot het waare doel leerden kennen, en de bijpaden vermijden.

Alles was nu , van de zijde der Volksvrienden , tot die volkomen rijpheid gebragt , dat flegts de uitvoering ontbrak. Met eenige zekerheid kon de ftap gewaagd, maar moest ook niet vertraagd worden.

(*) Zie bl, 6. dt /knt*

Sluiten