Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2J2 ▼ R O U W E N.

kring werkzaam waren en zieh verëenigden tot on erlmg geluk. - Zalig die man en vrouw welke eene harmonie van gemoederen bezitten door wederzijdfche liefde en hoogachting do zie en de vermogens, de aandoeningen in één

te fmelten! daar de man liefde jegens de vrouw, de vrouw achting en genegenheid jegens den man koestert, wanneer de man de bezigheden vemcht, welke zijne betrekking tot de maatfchapprj of z.jn beroep van hem vordert ter wijl de vrouw hem met raad endaadonderltèunt hem vermoeid van zijne bezigheden, koestert en m haaren fchoot rust geeft, het huishouden waarneemt, en hem lieve kinderen, niet al leen door ze hem te baaren, maar ook door ze op te voeden, aanbiedt.

Waarom zou men over het geheel de verkeering met de vrouwen niet kunnen verbeteren? En in plaats van die ftijve gezelfchappen, daar de Dames elk nu \ zeerst opgefchikt'en U1W doscht, eikanderen aanzien, en met een heke lend oog gadeflaan, en zich verveelen, of op zijn hese eens ombren, eene verkeering Jnvoe. ren, die meer gul, meer openhartig, en ver trouwend de beide gedachten eenen wederziid fehen gelukkigen invloed tqt elkanders meerdere

b».

Sluiten