Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

134 HET H U W E L IJ K.

gekozen, en dat hij in dit opzigt het getuige, nis en de goedkeuring van zijn geweten had.

Te huis gekomen, was het huwelijk het voorwerp mijner overdenkingen, en zie hier, wat in mijnen geest omging. Dus peinsde ik:

De wulpfe en losfe jongeling, het kind der weelde, de jongeling van bedorven zeden, ziet het huwelijk met verachting aan, als een ftaat van flavernij, in welken hij vooral zich niet eer wil klnifteren, voor dat hij van zijne lusten en vet maaken als verzadigd zal wezen. ■ Hij befchimpt den deugdzamen, en noemt hem onnozel, die zich aan eene vrouw verbindt, die zich den last van eene huishouding en kinderen op den hals haalt, die van alle vermaaken in den ftaat van vrijheid, gelijk hij het noemt, afftaat, om zich voor altijd aan ééne te houden.

Ongelukkig jongelingI gij doet mij treuren, ik beef, ik fidder, wanneer uw beeld voor mijne ziel treedt, want gij nadert met veihaaste fchreden den afgrond van uw verderf. Gij zijt te veibliud, om te zien, dat gij fchriklijk bedrogen zijt. —— Gij gelooft in den fchoot

van

Sluiten