Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ENLITERATURE. 25

Het zij dan, dat de armoede der taal, of het genoegen , dat hij in de overëenftemming der voorwerpen vindt, he m daar toe brenge , hij kleedt elke gedachte in beelden en overnoemingen in. „ Wij hebben den boom des vredes „ geplant," zegt een Americaanfche Redenaar, ,, en den „ bijl des oorlogs onder zijne wortelen begraven. In het „ toekomende willen wij onder zijne fchaduwe rusten, ,, wij willen ons verénigen, en de keten , die onze na„ tien te zamen houdt, glansrijk maken."

Vraagt men ons , hoe menfchen Digters en Redenaars kunnen worden , eer zij door geleerdheid en oordeelkunde behoorlijk onderwezen zijn,- zoo vragen wij weder, hoe de lighamen door derzelver kracht vallen konden, eer de wetten der zwaarte in boeken verklaard waren? Het verftand , zoo wel als het lighaam , handelt naar zekere wetten; doch de Criticus verzamelt dezelven niet eerder, dan, wanneer zij 'reeds in de daden der menfchen zich werkzaam vertoond hebben.

Ieder verhaal neemt bij wilde volken de gedaante van een gezang aan, waarfchijnlijk uit hoofde van het natuur. Kjk verband tusfchen het gevoel ener verhitte verbeeldingskracht en de indrukken der Mufiek en van de pathetifche tonen. De vroegfte gefchiedenis van alle natiën komt hier in overëen. Priesters, Staatsmannen, en Philofophen leverden hunnen arbeid, in de eerde jaren van Griekenland, in verfen, en kleedden hunne leer in beelden en fabelen in.

Het is ondertusfchen niet zoo bewonderenswaardig,dat verfen voldrekt het eerfte voortbrengzel der Letterkunde zijn, als veel meer, dat een met zoo vele zwarigheden verbonden, en van de gewone taal zoo ver verwijderde ftijl, ook bijna algemeen reeds zoo vroeg tot volkomenheid gebragt is. De Poëten , die onder allen het meest bewonderd worden, leevden in zulke vroege tijden, waar in waarfchijnlijk nog gene andere gefchiedenis als de overlevering aanwezig was. De kunsteloze gezangen der Wilden, de Helden-liederen der Barden, hebben dikwijls fchoonheden, die door gene verfijning der fpraak vermeerderd kunnen worden.

Bij de vooronderftelde nadelen ener bepaalde kennis , en ene tamelijk woeste verbeeldingskracht, hebben deze Digters gedachten , die hunne feilen rijkelijk vergoeden. De fchoonfte onderwerpen voor de Dichtkunst,de characters van den vurigen en den dapperen, van den grootmoe.

E S di-

Sluiten