is toegevoegd aan uw favorieten.

Vaderlandsche bibliotheek van wetenschap, kunst en smaak.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SHAKESPEARE. Ü31

perfpectif der Poëfie (wanneer mij deze uitdrukking ceoorlovd is) is shakespeare aan molière gelijk. S Andere Dichters laten de menfchen door woorden fpreken : shakespeare is de eenigfte (h) , die zelvs het zwijgen fpreken laat. otiiello, een man vaneen edel hart, maar in den hoogden graad hartstochtelijk cn onftuimig , laat zich door een' laagen boet misleiden en houdt zijne gemalin , die hij aanbidt, voor trouwloos , cn doodt haar. Een ander Dichter zou otiiello in zuik eene omftandigbeid laten uitroepen: Goede God 1 welk een ftraf! welke elende is gelijk " aan de mijne 1" Maar shakespeare verltecnt zijn' otiiello ; hij wordt een beeld, zonder beweging en

PfTAcrrus en machiavell hadden te zamen het diameter van een' huigen fchurk niet beter kunnen iclulderen en uitvoeren, als het in jago's character gedaan is (ƒ)• , .. „ .

Wat is een Dichter, wanneer men hem zijne taal en harmoifie beneemt ? Maar welke voordelen behoudt shakespeare dan niet nog altijd overig ! Leest de volgende plaats (hij fpreekt van twee Pnnccn) :,, Zacht „ en mild zijn zij , als de Zephyrs, die over het , viooltjcn ademen , zonder zijn waaslcmend hootd te ' bewegen : maar , ontvlamt hun koninglijk bloed , " dan zijn zij woedende, als de ftorm, die de hooge „ berg-dennen bij de toppen grijpt, en in het dal ter ,, neder ftört." i ca

Bij andere Dichters is eene gelijkenis een hooldfchoonheid. Bij shakespeare verliezen zich de fchoonfte gelijkcnisfen dikwijls onder een' hoop verhevener fchoonheden. ;

(6) Voorzeker niet de eenigfte. Men erinnere zich maar het veelbetekenend zwijgen van den Geest van ajax, in de Odysjea , het welk virgilius in zijne Dido nagevolgd heeft. Beiden heeft men altijd met regt bewonderd.

Cc) ln de daad de fchildering der characters in shakespeare verraadt de diepfie menfehenkennis. Ik zal 'er hier nog een voorbeeld bijvoegen uit den beroemden lowth , de S. poëjt Hebr. prael. I , p. 11 : „ Affectum ?(k>typiae_ (zegt hij), ejusque caufas, adjunct a , progresfiones, tjjectus, in una iHAKEiPtARi nostri fabula, copiejïus , fubtitius , accurathis ai. am veriusque pertractari exiftimo, quant ab tmnibus onmium phüojophorum ftnotis in (timflar%ümèntoèstumqüdm iisputaïum.