Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BESCHRIJVING VAN DEN TOGT NAAR BOTANY-BAAIJ. 25

met hun aan te gaan (bl. 95). Schoon zij vlug, levendig , fterk, en vol vuur zijn, is het 'er echter verre af, dat zij een ftoutmoedig gedacht van menfchen zouden wezen. Het gebrek van eenen der voorde tanden uit het opperde kaakbeen, door dampier reeds gemeld, vondt onze Schrijver ook in bijkans alle de mansperfoonen; doch, het geen de zo even genoemde reiziger van de bewooners der Westzijde van dit vaste land verhaalt, dat hunne gez;chttuigen gebrekkig zouden zijn , fpreekt hij tegen (bl. ,96). Hun fieraad bedaat ook in lidtekens en in het befmeeren van hunnen huid, even als dat van de bewooners van den Stillen Oceaan. cook hadt echter mis , wanneer hij aan dit laatde alleen hunne zwarte kleur toefchreef, want alle de wafchingen der waereld zouden hen geene twee graden minder zwart, dan een' Africaanfchen Neger, maken (bl. 97). Beide Sexen gaan altijd moedernaakt (bl. 98); zij worden echter daar door zo niet verhard, tegen de ongemakken der lucht, of de koude treft hen zeer derk. Hunne hutten, die flechts uit bast van hoornen bedaan, zijn zo plomp, als men zich verbeelden kan; en misfchien woonen zij in dezen ook minder, dan wel in de holen der rotzen (bl. 99). Hun voedzel bedaat in wilde vruchten, wortelen die zij in de moerasfen opgraven, en visch (bl. 100). Vuur bezorgen zij zich door wrijving (b), en zij roosten daar op al hun voedzel, en daar door wordt dat gedeelte van hetzelve, uit het groeiend rijk, dat, raauw zijnde, vergiftig wezen zou, onfchadelijk ^bl. 101). Sterke dranken konden zij nooit bewogen worden voor de tweede maal te proeven (bl. 102), even als de Wilden in den Stillen Oceaan. Hunne vrouwen hielden zij dan eens met alle blijken van jaloerfche gevoeligheid te rug, en dan weder booden zij ze van zelfs aan met allen fchijn van eene verregaande gulle gemeenzaamheid (bl. 1031. De vrouwen zeiven fcheenen een' trap van vreesachtigheid en fchaamte tebetoonen, ,, welke (zegt de Schrijver) ,, veelligt van het vrouwlijk karakter, ,, zelfs m zijnen onbel'chaafdden daat, onaffcheidbaar „ zijn." De gewoonte, van de twee voorde leden van

den

(b) Even als die van Oonnlnshka; zie Cook's laatfte Reis ■naar den Stillen Oceaan, bl. 265.

B 5

Sluiten