is toegevoegd aan uw favorieten.

Vaderlandsche bibliotheek van wetenschap, kunst en smaak.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n6

r. van ommeren

aanvoeren van veele fpitsvindige betoogen en fluitrede-

nen , de menrchen zoekt te leeren, wat bun plicht is

Onder anderen heeft ons in deze eerfte redevoering bijzonder behaagt de befchrijving, welke de Heer van ommeken geeft van het verblijf en de bezigheden van horatius op zijne Sabijnfche' Landhoeve. Dit leven des Dichters word hij» van een' Dichter ons zon krachtig, zo levendig afgefchilderd, en uit de fchriften van horatius zelvcn zoo nauwkeurig opgehelderd, dat wii den Redenaar met den Romeinfchen Wijsgeer en Dichter dan eens in het Sabijn^h gebergte in diepe gedachten z-en voortwandeicn; dan eens achter de verval ene kapel van de Landgodin Vacuna in het gras nederzitten, en de paleizen van Rome, en haare Koninglnke Landgoederen, van verre aanfehouwen; dan eens wederom onder het lommer van eene eik, bij de ruifchende Blandufia, of koele Digentia, een' zacnten ilaap genieten , of onder een' fchaduwrijken boom, in bet bijzijn van eenige gulle vrienden, den dag in onlcnuldige lcherts doorbrengen; dan eindelijk zijnen eigenen grond met de fpade omgraaven, en de bezigheden des landmails oeffenen , terwijl het Sabijnfche Landvolk hunnen nieuwen werkgenoot van ter zijde belacht.

Overal geeft de Heer van ommeren blijken van eenen zeer gemeenzaamen omgang met de fchriften van horatius ; overal toont hij den aart van den Dichter en deszelfs natuurlijke gedeldheid van ziel, zoo goed mogelijk,, en beter dan eenig ander Uitlegger, te kennén; overal eindelijk geeft hij de overtuigendde bewijzen' van de levendigheid en juistheid zijner verbeeldingskracht, van het vermogen, om zich den geest der oude volken volmaakt voor te Hellen, en zijne geheele ziel in de atgelegenfte tijden te vcrplaatzen. Dit alles heeft hem dan ook volkomen in ftaat gefleld, om in de tweede kedeyoering die groote befchuldiging te wederleggen , welke tegen de meeste Latijnfche Dichters, en fn het bizonder ook tegen horatius, word ingebragt; dat zij laffe vleijers waren van den bij hun zoo zeer gehaaten augustus ; dat zeffs horatius een' Vorst voorheen het voorwerp zijner verachting, en tegen wien h.j het daal zelve had opgevat, den 'herfteller der rust , de liefde zijner Landgenootcn, den zichtbaaren God noemt; en, dat verder gaat, dat hij de Goden voordraagt, als wreekers van den dood van caesar , ,

wiens