Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot verdediging van den christ. godsdienst. 237

in acht nemen moet, om de aanvallen van hedendaagfche beftrijderen af te keren. Hij Helt hier de wijze voor, -op welke de godlijkheid en echtheid der Bijbelboeken zou moeten verdedigd worden. — Hij wil,

dat men betoge, dat de eerfte Christenen dezelfde

waarheden in de Openbaring erkend hebben. .

Men moet ook niets toegeven, dan 't gene nodig is, en aan de andere zijde niets vast houden uit vooroordeel. Men moet niet aannemen, dat jesus en

zijne Apostelen zich gefchikt hebben naar de wanbegrippen van 't Volk (*). Om te onderzoeken,

of de Schrijvers van den B'jbel in een eigenlijken of verbloemden zin verklaard moeten worden, geeft de Heer te water verfcheidene voordellen aan de hand,

welke wij echter niet verder kunnen opgeven. ■

Dat niet allen het met den Heer te water in deze ftellingen en derzelver ontwikkeling eens zijn, behoeven wij niet te zeggen. In tusfchen is dit "zeker, dat men hier ook aanmerkingen aantreft, waar aan elk bijval zal moeten geven. Zo pleit de Redenaar, bij voorbeeld, voor de beöeffening der Talen. Dit kan niet genoeg gefchieden. Zonder dat men toch een waar Uitlegkundige is, kan men nooit zeker zijn, en

zeggen, dit of dat ftaat al of niet in den Bijbel.

Met blijdfehap zien wij de Critica ook aangeprezen. — VVij befiuiten onze opgaaf van deze Redenvoering met deze aanmerking, dat wij in het bevestigen en verdedigen van waarheid vooral ook in acht genomen wenfehen te zien, dat men elkanders eerlijkheid niet zonder beflisfende reden verdenke.

Wij moeten voortfpoeden met bericht te geeven van het voornaamde duk, 't welk in dit deel voorkomt, zijnde ene Latijnfche Verhandeling van den Heer t. c. piper, welke met den gouden eerprijs is bekroond, en teffens uit het Latijn vertaald, hier'voorkomt, betreffende de overeenkomst en liet yerfchil tusfchen de vroe* ger en later beftrijders van den Christelijken Godsdienst. Wij zijn van oordeel, dat men in Genootfchappen hier op te weinig acht geeft, dat de Verhandelingen niet

tot

f*) Over dit gewigtig ftuk hopen wij eerlang enige bij teijler's Godgeleerd Genootfchap bekroonde Verhandelingen te zullen in handen krijgen.

vad. bibl. ii. deel. no. 4. q

Sluiten