Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

$1Z

de pauw

phe boeken, welke zij voor Godlijk uitventten."- .

Dit laatfte bijvoegfel komt geheel ten onpasfe , en kan, welke de bedoeling des Schrijvers ook moge geweest zijn, die wij liefst aan haare plaats laten, niet wel andere uitwerking heben , dan dat zij de zanden van twijfeling in de harten van onöpleitcnden omtrent de Godlijke Schriften der Christenen ftrooïe. Dezelfde aanmerking kan ook gelden bij het geen hi. ichnjft Bladz. 244. ,, 'Er zijn flechts weinige geleerden , welke thans weten , dat de Atheniënfers ook een Prophetisch eu Geheimzinnig Boek gehad hebben, 't welk zij in hunne taal het Testament heetten , en waarvan , zoo zij zeiden , het behoud van hunne Republiek afhing: waarom het ook zoo zorgvuldig bewaard werdt, dat geen enkele plaats uit hetzelve openbaar s geworden." En nogthans erkent hij zelf op de volgende Bladz. 245. „dat de Heer maas, een Geleerde, welke bij uitftek kundig is in de Griekfche Literatuur, hein eens onder het oog bracht, dat men bij geen' der oude Schrijvers gewag vindt gemaakt van het Prophetisch boek der Athcnienfers, dan alleen bij dinarchus in zijne beroemde Redevoering tegen demosthenes ;" en de Heer pauw haalt vervolgends in de aantekening de eigen woorden van dinarchus aan: *ï*Aj*««s. U a,*, töc r«< ttchus raiïfi* *fiT-.<. Nu laten wij aan alle Taalkundigen over, of zij uit deze woorden een Prophetisch en geheimzinnig hoek kunnen maaien , hetwelk de Athenienfers in hunne taal het Testement heetten.

Op Bladz. 1S4. is dit nog duidl jker, zelfs ten koste van 'eenen fchandelijken anachronismus of misflag tegen de Tijdrekenkunde, die geheele eeuwen onderling verwart . aan welken misflag de Heer de pauw zich in dit Werk menigvuldige maaien heeft fchuldig gemaakt; op de gemelde Bladzijde fchrijft de Heer de pauw, dat de (luier van dien eeuwigen nacht (van barbaarschheid en onkunde,) zich begon te verfpreiden over den gezicht-einder van Griekenland, 't welk gelijktijdig overmeesterd wierdt door de Romeinen en door eenen nieuwen Godsdienst, (bedoelende den Christelijken:) alles, wat groot geweest was, werdt toen klein; al Wat heilig geweest was, werdt onheilig, en alle wetenfchap 'liep uit op nuttelooze Theolog'fche gefchillen." Welke verwarring ! hoe veele onwaarheden in weinige woorden! Vooreerst is het bekend, dat Grieken'

Sluiten