Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J5= REDEVOERING OVER DEN VOORD. INVLOED VAN DE

muntende Mannen, bij alle hunne ingefpannenheid van geest, eenen zeer hoogen ouderdom — en de reden, Mijne Heeren! waarom wij, in onze verlichte tijden, eenen minder hoogen ouderdom bereiken, eene minder volmaakte gezondheid genieten, is geenzins in onze meerdere kundigheid, in eene meerdere beoefening der Weetenfchappen, maar veeleer in onze zeden, levens*

wijze, en andere oorzaaken te zoeken. En dit

zij genoeg, om ons te overtuigen, dat de beoefening der weetenfchappen zeer wel de gezondheid van ons ligchaam kan gepaard gaan.

Een tweede bewijs voor mijne ftelling komt hier op uit: de werkzaamheden van den geest, wanneer zij niet te Jlerk en aanhoudende zijn, zijn even zo nuttig voor dc werkzaamheden van het lighaam, als deeze bij om-, keering voor de werkingen van den geest zijn.

Daar is misfehien in het geheele boek der natuur geen hoofdftuk zo duister, en met zulk eene onleesbaare hand gefchrceven , als dat van de wederkeerige werking tusfehen ziel en lighaam. Wij menfehen hebben geen het minfte denkbeeld van de wijze, waar op een onftoflijk weezen op ftoflijke zintuigen kan werken , nóch ook, hoe zinnelijke gewaarwordingen, in afgetrokkene denkbeelden zig kunnen ontbinden: deeze zaak is tot nog toe, en denkelijk voor altijd, in dit leven, met eene eerwaardige duisternisfe bedekt; en alles , wat vroegere en laatere Wijsgeeren daar over gezegd en geïchreeven hebben, bewijst juist, dat zij 'er niets van begreepen hebben.

Wij weeten ondertusfehen, door onmiddelijke waarneemingen, dat 'er eene wederkeerige werking plaats heeft; dat ieder denkbeeld in onze ziel, hoe afgetrokken ook, met zekere beweeging van het dierli k levens-beginzel gepaard gaat; en omgekeerd, dat iedere werking van het dierlijk levens-beginzel, iedere aandoening in onze zenuwen, zekere en bepaalde denkbeelden in de ziel voortbrengt: naar maate de aandoeningen in onze zintuigen fterker en levendiger zijn, naar die maate zijn ook de voorftellingen levendiger en fterker; en, bij omkeering, naar maate de werkingen onzer zielsvermogens fterker zijn , naar die maate zijn ook de uitwerkingen daarvan op het lighaam heviger ?n fterker. ——— Deeze wederkeerige werkingen zijn

zq

Sluiten