Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drie minnaressen verloren. <x$<)

eere van juliaan , bij zijn leven, en twee anderen, na zijnen dood, gehouden. In het jaar 363 werdt libanius van dezen Keizer verkoren, om voor hem de gewone redenvoering te doen. juliaan hoorde hem, en betuigde den redenaar, vol verrukking, zijn genoegen, en vergat, dat hij het voorwerp van zijnen lof was. Zoo heeft men eenen beroemden Dichter, van welken men een Toneelftuk vertoonde, zijne eigene toejuiching, met het geroep des Volks hooren verëenigen. Ook hij vergat den fchouwburg, de toehoorders en zich zeiven. Gevallen van deze foort, ik weet het, zijn buitengewoon, en moeten, als zoodanig, in de oogen vallen. Maar het karakter, dat zich aan zijn eerfte gevoel overgeeft, heeft even zoo wel zijne waarde, als dat gene, dat gewoon is met overleg te werk te gaan. De achtenswaardigfte luiden zijn misfehien niet die genen , die, met een koelbloedig verftand , alle bewegingen hunner ziele ordenen, dien, eer zij gevoelen, gelegenheid overig blijft, om rondom zich henen te zien, en die zich altijd recht van pas herinneren , dat zij de zedigheid bewaren moeten. Dezen luiden gun ik de eer, dat zij wijs zijn, maar de hope om groot te worden, moeten zij anderen overlaten.

drie minnaressen verloren.

Zeker man zeide eens, tot een van zijne vrienden: Ik ben ongelukkig in de liefde. Ik heb drie Minnaresfen gehad, de een na de andere. Het Klooster beroofde mij van de eerfte, men floot haar daar in op tegen haren wil. De dood ontnam mij de tweede, zij leed fchipbreuk, in het overvaren van het Kanaal. Het huwelijk deed mij de derde verliezen: deze is mijne huisvrouw.

SCHUT

Sluiten