is toegevoegd aan uw favorieten.

Vaderlandsche bibliotheek van wetenschap, kunst en smaak.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cnderz. naar de ligging van hét verm. ophir. 449

niet meer dan duizend uuren of zeemijlen bedroeg, en naauwlijks meer dan eene maand werk was, aan 't

wankelen gebragt. ■ Hij onderftelt, derhalve,

dat de reden dier traagheid aan de groote onvolmaaktheid dier Schepen toe te fchrijven was, en treedt daarop in zeer vernuftige uitrekeningen, redenkavelingen, cn befluiten omtrent dat onderwerp. Hij onderltclt, om die reden, dat de Vaartuigen,waarvan Koning salomo zich tot die reize bediende, zoodaanigen waren, als wij Junken der Roode Zee, van papyrus gemaakt, en me huiden of leer overdekt, pleegen te noemen.

Plinl s heeft gezegd, dat een van deeze Junci der Roode Zee, twintig dagen befteedde aan eene reize, welke een Grieksch of Romcinsch Schip in zeven dagen zou volbragt hebben (7); en de geloofwaardige strabo had hetzelve reeds voorheen getuigd (A),

Intusfchen zal deeze betreklijke traagheid - of fnelheid de zwaarigheid niet oplosfen: want, bij aldien de Schepen, tot de reize naar Ophir, eene zoo lange reize, gebruikt, zulke Junci, Junken of Jonken (f) geweest waren, zou men zich, op korter reize, nog veel meer daarvan bediend hebben, te weeten. op de reize naar en van Indie. Nu, deeze laatfte reize volbragten zij binnen een jaar, 't welk het uiterfte was, dat een Romeinsch of Grieksch vaartuig kon doen; derhalve was dit de oorzaak dier lange vaart niet. .

De Schepen, waarvan salomo zich bediende, Warei Tyrifche en Idumeefclie fchepen, zijnde de beste vaartuigen en zeelieden van die vroege eeuwen.

Wie ooit de verbaazend hooge zee, de geweldige ftroomen en fterke Zuidweste winden, voorbij de ftraat van Babelmandeb gezien en gevoeld heeft, zal geene bewijsreden van nooden hebben, om zich te overtuigen, dat geen vaartuig van papyrus gemaakt, of met leêr overdekt, op die zee een uur lang boven water

kon

(i) Plin. Vf. 22. CO Strabo, XV.

CO üc weet wel, dat 'er geleerden zijn, die andere gevoelens hieromtrent hebben; ook moogen de Junci of Jonken wel van verfchillend maakfel geweest zijn. Vide salmasium.

ii deel. mengelst. no. 10, Ff