Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN EENEN WIJSGEER , OVER DSN GODSDIENST» 33

gen: Ben ik niets, dan voel ik niets. Kan men hier niet de beide klaslen, een rad voor de oogen draiën ? Ha, ha!

,, Vernietiging? dat gaat niet, valt de vierde in de reden. Wilt gij de goedheid van den Schepper, tegen de aanvallen van het bijgeloof, met de vernietiging befchermen? Uwe onderneming is ijdel. Ik, voor mij, wil liever voor de booze zielen, een zekeren middelftaat uitdenken , in welken zij geen vreugd noch verdriet voelen zullen.

,, Nu zijn 'er nog twee hoogwijze raaden overig. Hunne ftemmen komen gelijklijk hier op neder ; God kan, uit hoofde zijner goedheid , niet toelaaten , dat ooit eene ziel , in den daadlijken zondeftaat, naa de de andere wereld verreist.

,, Dit wil, mijns inziens, zoo veel zeggen , als: Men behoort God gerechtelijk te waarfchuwen , en hem in allen ernst te laten aanzeggen , dat hij in 't vervolg geene eene ziel eer uit het ligchaam oproepe, voor dat zij zich van haare buitenfporigheden bekeerd heeft, en bijaldien dit eens toevallig mogt gebeuren, dat zij dezelve dan ten fpoedigften in haare voorige woning te rug hebbe te zenden. Dat mm in het tegengeftelde geval , zich ten meesten gelegen zou laten zijn, om het buiten dien reeds zeer verzwakte geVoelen van zijne goede Voorzienigheid , geheel van den aardbodem te verbannen.

,, Zoo ftrijdig en ongerijmd deze uitfpraken zijn , zoo min kan ik echter over het geheel deze Heeren ongelijk geeven. Zij hebben in zoo verre gelijk, dat noodzaaklijk eene van deezc onderftellingen dient aangenomen te worden, indien de eeuwigduuren.iheid der ftraffen , na den dood , met Gods goedheid fheedt. Maar bij geluk kan de Goddelijke goedheid, 'er geene van goedkeuren, veel min vorderen. Eh dit fielt mijne reeds bewezen Helling, op nieuw buiten allen twijfel. j

,, Opdat het niet fchijne , als of ik te haastig ware in het ontkennen ; zoo wil ik de gevoelens, die in den grooten raad voortgebragt zijn , bij de rei befchouwen , en de betrekking van elke op de oneind'ge goedheid van God , naauwkeurig doorzoeken.

,, Vooreerst , moest God , uit hoofde van zijne groote goedheid, alle zielen, zonder onderfcheid, vro-

VAD. BIEL. 111. DEEL. NO. I. C meil

Sluiten