Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5a4 ZONDERLING VOORBEELD

lieflijke wolienvervve; ik drink den beker met zijnen aangenamen geur. J

Op geestigheid zonder lichaam verliefd te zijn, zegt lavater is dweeperij; 0p lichaam zonder geest % beestachtigheid. De wijze, met klaarheid in zijne denkbeelden, dat is, met abftractien, wanneer en waar zij ook wezen mag, cn met enthufiasmus in zijn hart dat is, met omvattende, werkzame warmte, is zoo weinig, een wroeter, als een dweeper, hij ziet beide de bijwegen, cn doet met dezelve zijn voordeel. Zlt .PJ» d,l!S. fPred;t hij, zo gij wilt, elkander gedurig m de hairen, ik ga onzichtbaar midden door.

ZONDERLING VOORBEELD va.IV ONBESTAANBAARHEID van 's men. SCKEN karakter met zich ZELVBN ,mn DEN PERSOON van THOMAS more, KANSELIER van ENGELAND.

J)e onbegaanbaarheden van het Menschlijk Karakter ontmoet men, niet mm dikwijls , in doorluchtige mannen, in groote en befchaafde gemoederen, dan bij den gemeenen en onkundigen hoop. Doch de beftraffing behoorde, in zulke gevallen, naar gelang van don tijd en omftandigheden der daad, gcmaatigd te zijn. Want aangaande veele beroemde manr.en kan, met recht, worden aangemerkt, dat hunne ondeugden , hunne misdagen, of fommige bi zondere gebreken in hunne karakters, net zoo zeer hunne eigen waren, als wel die van de eeuw, of het land, waarin zij woonden en leefden.

Deeze waarneming kan door het voorbeeld van den Ridder thomas more, Lord Kanfelier van Engeland, ten tijde der Regeering van henrik den achtften, nadruklijk wor. den opgehelderd. Deze groote man, wiens uitmun¬

tend verftand en verwonderenswaardige gemeenzaamheid met al wat edel en voortrerlijk bij de ouden is aan te treffen, hem zeer uitgebreide gevoelens gegeven hadden, en die, in Zijne vroeger jaaren , grondbeginfels had ingezogen, -welke zelfs in onzen tegenwoordigen tijd, als bijkans al te vrij zouden kunnen aangemerkt worden, was in den loop der gebenrenisfen van zijnen tijd , door geduurige twistfehriften zoo zeer verbitterd geworden, cn daardoor in eene zo bijgeloovige verkleefdheid aan de leerftellingen der Roomfche Religie gc, raakt, dat weinige Geloofsonderzoekers of Inquifiteurs zich , in het vervolgen van waare of ingebeelde ketteiij, aan gror, tere gewelddaadfgheden hebben fchuldig gemaakt, offchoon met de befchaafdfte zeden verfierd, en met onbeweeglijke

Of-

Sluiten