Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

438 werken van het gen00tsch. studium, enz.

wij willen hier het begin van den eenen, de zomer-a* vond/lond, tot eene proeve uitfchrijven.

God lof! de heete dag verflaauwt

Ontwijkt aan 't halve rond, En aan den Oosterhemel graauwt

De fchaauwende avondftond. Lucina. die, door 't veld bekoord,

De ftille rust verbeidt, Verzei mij, dcor het vreedzaam oord

Der plechtige eenzaamheid. Kiest gij, voor 't laffe mingeftreel,

De peinfende oefening: Thans rijst hier 't fchoonfle fchoutoneel

Voor uw befpiegeling. Zie, hoe de zon haar pracht omkleed —

In 't westen langzaam daalt, En, op het vloeibaar wolktapeet,

De fraaifte beelden maalt. Zie, hoe zij haren kring vergroot,

Zich fpiegelt in den vloed , En, met een blik van golvend rood,

Het weemlend zout begroet. Daar zinkt zij zagt beneen het duin,

Voor ons beperkt gezicht

En gindfchc hooge heuvelkruin

Vangt nog haar kwijnend licht. enz. enz.

De Heer a. fokke geeft in zijn leerdicht, de otifterflijkheid der ziele, bewijs, dat hij het geheim gevonden heeft, om de meestafgetrokkene overnatuurkundige waarheden, op eene duidelijke en dichterlijke wijze, die vermaakt, onderwijst,en overtuigt, voor te dragen. Daar wij in dit vak van dichtkunde weinig of niets oorfpronglijks hebben, zou hij naar ons inzien wel doen, wanneer hij deze zijne gave verder befchaafde en aankweekte. Het leerdicht is buiten twijfel een van de fchoonfte voorwerpen, voor de talenten van eenen dichter, daar nut mee te doen is voor de menschlijke famenleving.

De gedichten, die wij hier van de Heeren manheer, loncq , van heel en van de graaf gevonden hebben, fchijnen ons de plaats, die zij hier beflaan,

zeer wel te verdienen. Doch wij kunnen van

allen in het bijzonder niet fpreken: dit weinigje nog.

Van

Sluiten