Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5l6 F. G. KLOPSTOCK

„ op een hooge lans. Hun aanblik is vlam. Hij dorst ,, naar bloed. Zij verkeeren de lijken in witte ge„ beenten.

,, De raderen van wodan's krijgswagen ruifchen , „ gelijk de woudltroomen van de bergen. Hoe klinkt „ der rosfen opgehevene hoeve ! Hoe waaien hunne „ vliegende manen in den ftorm !

„ De beirvoerer der Adelaren zweeft vooraan 1 Zij n zien neder op de legioenen. Hoe klappen hunne wie■}■> ken! Hoe klinkt hun gefchreeuw! Het eischt met ■>■> luider keele lijken van wodan.

„ Wodan, zonder belediging van onze zijde, viess len zij ons aan, bij de altaren! wodan, zonder ni belediging van onze zijde , hieven zij hunne bijl », op , tegen uw vrij volk.

„ VVijd klinke uw fchild! Uw krijgsgefchrei klinke, „ als een donderltorm in het rotsgebergte. Uw ade-

laar zweeve verfchrikkelijk, en fchreeuwe om bloed „ en drinke bloed, en dat wit gebeente de dalen van „ uw heilig woud bedekke."

Twee choren. ., Met ligte bloedige fpelen , be„ gon de flag. Weinige eenzame wolken drongen „ naar boven, tot in eens de geheele hemel bedekt ,, werdt met onweders.

„ Toen Hortte, na een lange ontzettende ftilte-zijn „ donder van alle kanten neder. Gij meendet, dat „ het voor altijd (til zou wezen! Hoe heeft u de be,, zwijming van uwen hoogmoed bedrogen."

Een choor. „ Gij fluimerdet, op uw bed van

bloemen, die wij (trooiden: wij ftrooiden ze en „ telkens gloeide heeter in ons de vlam van den recht„ vaardigen Loorn.

Een ander choor. ,, Nu hebt gij eindelijk het ,, koene volk van thuisko recht leeren kennen. Zij „ woedt, zij woedt nu ook aan dc fpits der lans, de

vlam van den rechtvaardigen toorn."

Beide de chooren. „ Laat boden levend over„ blijven, gij Vorsten , dat in het Kapitool luid ge„ hoord worde, hoe verfchrikkelijk, onder de geduch„ te gelederen, in de heilige bosfehen, de woede wa„ re van de vlam van den rechtvaardigen toorn."

Twee

Sluiten