Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

520 G. F. A. WENDEE0RN

vangt de Schrijver dus aan: „ Niemand, die eenigermate met de Muren bekend is, zal den lïngelfchen den roem van Geleerdheid en van Verdienften, met opzigt tot de Wetenfchappen, weigeren.. Zij zei ven houden zig voor het geleerdfte Volk op den aardbodem, en dit is uit hunnen natiönalen hoogmoed , en uit hunne vrij groote onkunde, nopens den ftaat der Geleerdheid onder andere Volken, gemaklijk te verklaaren. Ondertusfchen wil ik hun gaerne het recht doen van te erkennen , dat zij in die takken van Studie , welke diep denken en eene koele overweging vorderen, voor geene der natiën , die aanfpraak op vermaardheid in de Wetenfchappen maaken , behoeven te wijken , indien zij dezelven al niet in zommige opzichten, overtreffen. Vindingrijke hoofden, hoe zeer zij zich zeiven ook in dit opzicht vleijen, zijn zij juist niet ; maar éénmaal het fpoor gevonden hebbende , gaan zij gemeenlijk zoo ver voort , als zij kunnen. Hier bij genieten zij het groote voordeel, dat zij niet zoo fterk als anderen, bezet zijn met vooröordeelen, die blootlijk op gezag gebouwd zijn-" — Echter voegt de Heer wenderorn 'er onmidlijk, ten opzichte der Engelfche TJniverfiteiten , bij, dat dezelven, uit hoofde van de nog ten deele daar heerfchende pedanterij , en tevens uit hoofde harer verkleefdheid aan zekeren leertrant uit haren boezem , verre het kleinfte getal van die genen hebben voortgebracht , die voor de Engelfchen den naam van eene geleerde Natie verworven hebben. ■— Onderwijl zou men zich zeer bedriegen, met te denken , dat de Geleerdheid hier nog hedendaags dezelfde aanmoediging vindt, als voorheenen. Het is doorgaands het Publiek, welk hier de plaats van eenen Mecenas bekleedt, en den arbeid en den ijver der Geleerden, of de uitvindingen der Kunftenaars beloont. — Eenige weinige , als cibbon en eden , enz. zijn door de regeering met voordelige ambten bekleed, doch dezen hadden hunne bevordering niet zoo zeer aan hunne verdienften en geleerdheid te danken , als wel daar aan , dat het Ministerie zich derzelver bekwaamheden hoopte ten nutte te maaken. — Schoon men veele voorbeelden heeft van verwaarloosde geleerden, echter fchijnt het den lieer wendeborn toe , dat het Engelsch Publiek over 't geheel genomen , nog eenig recht heeft, om zich boven andere Natiën, op'het be-

loo«

Sluiten