Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN JOSEPH GEENE AFGODENDIENAARS. I49

mleerdheid overtroffen, volgens het getuigenis van heSodoot. L. II cap. 5: en strabo getuigt ook. L. XVII- datOn geweest is de woonplaats van priesters, wiisgeeren en 'ftarrekundigen.

No* wordt van jablonski bijgebragt den naam van losFPHS fchoonvader pqtipherah , Gen XLI. 45- l>Hont-em-phre betekent, volgens den zeiven, in de taaie der teiip enaars, eenen Opperpriester der zonne, het welk'dan hetzelve zijn zoude met Potipherah; maar daar 'er nu nog al eemg onderfcheid tusfchen die woorden is, zoo merkt dezelve aan, dat de Griekfche Vertaalers'hebben lltTfGV', en ook elders n&rstp&l gelezen wordt, phre bij de oude Egijptenaars de zon betekenende, die naderhand Ofiris is genaamd geworden; waaruit dan befloten wordt, dat de zon als eene godheid, ten tijde van Jo^eph, is erkend. Maar daarop dunkt mij te kunnen aanmerken:

1. Dat indien 'het door andere bewijzen ware bewezen, dat de Ediptenaars ter dier tijd de Zon als eene codheid gediend hadden , en voor derzelver dienst hoogere en laagere priesters verordend, dat men dan, met meerderen grond , eenige benaaming aan dezen of genen geaeven daarop zoude kunnen toepa>fen; maar, uit de benaaming van een perfoon een befluit op te maaken, dat deze of geene godsdienllige begrippen, onder eenig volk, hebben plaats gehad, wanneer hetzelve niet door andere redenen betoogd is , moet ieder dunkt mii, onvoldoende voorkomen; want, al warén de naamen bij de Egijptenaars niet willekeurig, hoe ligt kan iet, ons geheel onbekend, daartoe aanleiding hebben gegeven; en welke go Isdie'nftige begrepen zouden wij een volk niet kunnen toefchnjven, indien wij den naam van dezen of genen onder dat volk, met zoo veel toegevendheid, als in dezen plaats heelt, wilden verklaaren , en daaruit een befluit opmaken, hoedanig eenen Godsdienst zij beleden hebben : daarenboven is het gevaar van te dwaalen nog grooter. wanneer ons die taal niet volkomen bekend is, en dit moeten wij denken van Ai oude taal der Egijptenaars, wanneer wij, bij voorbeeld, de verfchillende verklaringen over de benaaming van pharao aan joseph gegeven, Gen, XLI. 45- inz'en, bij welke clericus aantekent: Scio vi>os doctos ex coptica Ungua, in qua muha funt antiqua AZgyptiaca reliqwx , K % Hie-

Sluiten