Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET HEILIGDOM VAN ROZALIA. 237

men alleen, als door een gaas, de voorwerpen , die daar achter waren, zien konde.

Ik zag eene fchoone vrouw, bij het licht van eenige hille lampen — zij lag, in een foort van verrukking, de oogen half gefloten, het hoofd achteloos op de rechtehand leunende, die met veel ringen verüerd was. Ik kon het beeld niet genoeg bezien. liet fcheen mij zeer uitftekende bekoorlijkbeden te hebben. Hare kleeding is uit verguld blik gedreven, dat zeer wel gehikt, naar eene (lof, die uit goud bewerkt is. Hoofd en handen van wit marmer, zijn, ik durf niet zeggen in eenen hoogen ftijl, maar toch zeer natuurlijk en bevallig gewerkt, zoo dat men zou denken, dat zij adem hale en zich bewege.— Een kleine engel haat aan bare zijde, en fchijnt haar met een lelijen hengel koelte aan te waaien.

Ondertusfchen waren de geestelijken in het hol gekomen , en op hunne hoelen neergezeten, en zongen nu de Vesper. — Ik ging op eene bank zitten, tegen over den altaar en hoorde hen een wijle aan. Toen begaf ik mij weder naar den altaar, knielde neder en zogt het fchoone beeld van de Heilige nog duidelijker gewaar te worden , en ik gaf mij aan de bekoorlijke betovering van de gehalte ,'en van de plaats over.

Het gezang der geestelijken klonk door het hol, het water ruischte in den vijver neder, kort bij den altaar; de overhangende rotfen van den voorhof, het eigenlijk fchip der kerke, drongen het toneel nog meer te famen. Haar heerschte eene diepe (lilte; in deze wederom als uitgeltorvene Woestiinc; en eene groote reinheid in dit woest hol: de blinkende heraden van den Roo mfchen , vooral den Siciliaanfcheu godsdienst, waren hier nog naast aan hunne natuurlijke eenvormigheid; de betovering, die de gedaante van de fchoone flapende te wege bragt , en die zelf voor een geoefend oog , nog bekoorlijk genoeg was : — ik konde mij met moeite van deze plaats losrukken , en kwam eerst in den laten nacht weder te Palermo.

Ik heb 'er naderhand dikwijls bij mijzelven om gelachen, en het vermaak dat ik daar gevoelde, meer aan eene gelukkige llemming en aan eenige glazen goeden Siciliaanfchen wijn , dan aan de voorwerpen

. zei-

Sluiten