Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5lS voorbeelden van levendige dieren,

proeve overreedde hen, die hier bij getuigen zijn geweest , dat de Dieren zoo befloten waren , dat zij geene mooglijke gemeenfchap met de buitenlucht konden hebben, en, geduurende dat tijdverloop, zondof het geringfte voediël in 't leven gebleven moeten zijn.

De Academie bewoog den Heer herissan, om de proef nog eens te hervatten Hij floot andermaal de twee .Padden, die in 't leven gebleven waren, op, en helde de doos in handen van den Secretaris, opdat de Maatfchappij dezelve zou kunnen-openen , wanneer zij zulks raadzaam mogt oordeelen. Maar deze beroemde Natuurkundige hadt te veel belang in de zaak , om met eene enkele proeve te vrede te zijn ; hij deedt derhalven nog de twee volgende:

1. Hij plaathe den 15 April van het zelfde jaar, twee levendige Padden in een kom van pleister, die hij met een glazen hulp bedekte , opdat hij dezelve dikwijls zou kunnen zien. Op deu negenden van de volgende maand, boodt hij dit /Ipparatus der Academie aan. Eene van de Padden was nog in 't leven; de andere was den voorgaanden nacht gehorven.

2. Op den zelfden dag, naamlijk den 15 April, hoot hij eene andere Pad in een glazen flesch, welke hij in zand bedolf, op dat zij geene gemeenfchap met de buitenlucht mogt hebben. Dit Dier, dat hij in den ielfden tijd der Academie aanboodt, was volkomen wel, en kraste eenigzins, zoo dikw.jls als de flesch, waar in hij befloten was, gefchud werdt. Het is te beklagen, dat de dood van den Heer herissan deze proefnemingen gefluit heeft.

Men vergunne ons over dit onderwerp aan te merken, dat de kracht, welke deze Dieren fchijnen te bezitten, om eenen zoo geruimen tijd zich van voedfel te kunnen onthouden, zou kunnen ontdaan uit eene'zeer langzaame verdouwing. en misfchien uit het zonderling voedfel, dat zij van haar zelven ontleenen. De Heer gricnon merkt aan, dat dit Dier op verfebeide tijden, in den loop van een jaar van vel verwisfeit, en het altoos inzwelgt. Hij heeft, zegt hij, een groote Pad gekend, die zijn vel zes maal in éënen winter verwisfelde. Kortom die, welke volgens de door ons verhaalde voorvallen, onderheid mogen worden voor veele eeuwen , zonder voedfel haar aanwezen

Sluiten