is toegevoegd aan uw favorieten.

Vaderlandsche bibliotheek van wetenschap, kunst en smaak.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

444

<S. BONNET

G is B er. ti bonnet Orationes duce; altera in religioms contemtores; altera disquiritur, an fummo ecc/efa Doctor i, ejusque Apostolls , ubi, probanehe fu<e doctrine causfa, ad veteris Testament! oracula, tanquam vaticitita, provocarunt, fic fides fit habenda , ut Servatoris tiostn , cnm tristta turn leeta ac gloriofa fata , in iis vere prafignificata esfe , jtire credamus ! Trajetli ad Khemim ex offleina W. van Yzerworst 1793.

dat is:

Gysbert bonnet Twee redenvoeringen enz. De eerde 49 Bladz. De tweede 59 Bladz. In gr. Quarto. De prijs is f 1 - 5 - : ~"

\7"an deze twee , te gelijk uitgegeven redenvoeringen v van den Hoogleeraar g. bonnet, is de eerite "tegen de verachters van den Godsdienst , gehouden den 6 April 1780. wanneer de Hooglceraar -het beduur van Utrechts Hoogefchool voor de tweede keer heelt nedergelegd — Wij zijn zeer in onzen fchik, wanneer wij de waarheid en waardigheid van den Godsdienst zien handhaven, en in het waare licht (tellen, tevens zien wij dan gaern , dat zulks op die wijze gelchicde, dat men behoorlijk onderfcheidende, het geen te onderfcheiden is , met omzwervc, maar voet bij ltuk zette, om dat 'er de goede zaak der waarheid en Godsdienst te veel aan gelegen ligt, dat men geene zwakke zijde open late, waardoor haare ijverige voorftanders ligtlijk zouden gelooven, dat haare achtbaarheid benadeeld worde, en anderen in het vermoeden geraken , dat men meer bedoele , zijn bijzonder famendel of gezindte, onder de algemeene benaming van Godsdienst, te handhaven. —

Gaern hadden wij gezien, dat de Hooglecraar bonnet in deze redenvoering omlerfcheidenlijk bepaald hadt, of hij door dc Verachters van den Godsdienst alleen eigenlijke Atheïsten, dan of hij 'er ook Naturalisten onder begrijpt, en of Godsdienst 'bij hem is alle Godsdienst in 't gemeen , of wel bepaald den Christen Godsdienst in het bijzonder. — Ten minden, in het beloop der Redetivoering zijn ons verfebeiden plaatzen voorgekomen, welke tot dit laatfte fchijnen te behooren , bij voorbeeld , wanneer de Hooglecraar Bladz. 16. enz. zegt : „ Alfchoon zij daar in overëcrdtemmcn , dat de Christen