is toegevoegd aan uw favorieten.

Vaderlandsche bibliotheek van wetenschap, kunst en smaak.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEE REDENVOERINGEN, ENZ. 445

ten Godsdienst behoort uitgeroeid te Worden, nogthans Verfchilléri zij onderling zeer, alzoo zij onderfcheiden omtrent het Opperwezen en zijn hoog beduur en dienst, zoo wel als omtrent de pligten des menfchen , als omtrent clks lot na dit leven, gevoelen. Zoodra zij derhalven de geopenbaarde waarheid bcdrijden , maken zij te gelijker tijd alle zedenleer, zo zij ze niet geheel wegnemen, ten'minften twijfelachtig èn onzeker." En ondertusfchen zijn de bewijzen en uitfpraken van den Hooglecraar gericht tegen de volltrekte Godloochenaars en Verachters van allen Godsdienst. - En hier is echter onderfcheid te maken, en alle beflrijders van het Christendom zal toch de Hoogléeraar zelve niet, gelijk men zegt, over eene kam fcheeren.

Wij hebben, in het doorlezen van deze Redenvoering nog liet één cn ander gevonden, het welk ons zeer onbepaald voorkwam , bij voorbeeld Bladz. 15. vraagt de Hooglecraar: „Waarom, indien zij anderen niet willen bedriegen, overwegen zij niet naarftig enkel die dingen, waaromtrent alle Christenen dezelfde overtuiging hebben , opdat zij duidlijk toonen , dat dezelve valsch en verdicht zijn? " Vergeleken met Bladz. 19. „ Hier bij komt, in anderen, zekere dwaaze trotsheid, waar door zij menen , in de leere van den Godsdienst, niets als waar cn zeker te moeten Hellen, dan het geen hun gegeven is, geheel te doorzien." Nu weten wij, dat 'er Christenen zijn, die het Christendom belijden, met ijver belijden , en hetzelve groote dienden hebben gedaan , welke nogthans huiverig zijn, om verborgenheden te gelooven, in dien zin naamlijk, ais andere Christenen dezelve omhelzen en toelaten. Dezen zal men toch, met geene reden , onder de verachters van den Godsdienst in het gemeen kunnen brengen. —

Met 'dit alles heeft de Hooglecraar veele goede en krachtige dingen gezegd tegen hen,-die waarlijken in de daad verachters van allen Godsdienst zijn , en ook bijzonder aangetoond , hoe gevaarlijk eene verachting van den Godsdienst zij voor de famenleving en de Maatfchappij, alhoewel wij hem ook hier in meer bepaald en naauwkeurig onderfcheidende gewenscht hadden. Godsdienst en gezond verftand ltaan bij alle weidenkenden op gelijken voet, beiden zijn nodig cn behooren onderlteld te worden in menfchen , die in eene Maatfchappij zuilen leven , maar over den eenen kan de Maatfchappij zoo

min