Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PETER EN KAKEL DE GROOTE ENZ. 52Ï

„ huizing geloven, dan zou men kunnen beweren, en „ geen fterveling zou 'er iet hebben tegen in te bren5, gen, dat de geest of het levendigmakend wezen van

,, kar el den groten ilt het Hgchaaill Van p e-

,, ter den groten was overgegaan: want wanneer „ wij toch enkel door te vergelijken het ccn van het „ ander onderfcheiden kunnen, moeten wij waarlijk ge,, loven, dat één éénige geest beide deze mannen hebbe ,, geleid en beftuurd.

Peter de grote zoo wel als kar el de grote, kregen beiden eene flegte opvoeding; beiden hadden zij broeders tot mederegenten, en bezaten beiden verheven krijgshaftige eigenfehappen — hunne oorlogsbedrijven , gelukkige veldtochten , veroveringen van uit* geftrekte landen in het noorden en zuiden , ja zelfs de plegtigheden na de behaalde overwinningen hadden veel overeenkomst — zij kregen beiden wel eens de nederlaag, maar wisten die door gepaste middelen weldra weder te boven te komen — beiden waren zij vaders over hunne onderdanen, tot wier befchaving en verbetering zij geene pogingen onbeproefd lieten — de veroverde landen lieten zij hunne oude wetten behouden, en fielden derzelver bevvoonders in het veilig bezit van hunne eigendommen — oude misbruiken alleen fchaften zij af

— de Godsdienftige inrigtingen verbeterden zij en gaven ten dien einde Kerkelijke wetten — voorts deden zij den akkerbouw bloeien, bevorderden den Koophandel , bouwden nieuwe lieden, en waren in hunne rijken de eerfte opzigters van de Scheepsvaart — door buitenlandfche Vorften werden zij geëerbiedigd , en vonden in het aannemen van den tijtel van Keizer bijna denzelfden tegenftand. Hunne ligchaamsgcftaltc, hunne reizen, vermaken, familie, betrekkingen, kleding, matigheid, verkeer, en zelfs de keuze van geleerden ter hunner onderrigting , hadden ■ de meeste overéénkomst

— hunne ftudiën bepaalden zich tot dezelfde wetenfchappen, en beiden bezaten zij een uitmuntend vermogen om iets uittevinden. — In lpaarzaamheid en edelmoedigheid muntten zij beiden even zeer uit, en nooit zal men misfehien in de gefchiedenisfen twee zulke grote mannen aantreffen, die malkanderen tot op den laatften dag van hun leven, op zulk eene in het oog lopende en belangrijke wijze onveranderlijk gelijkvormig waren

— zelfs eindigden zij beiden op denzelfden dag, na-

Kk 5 ment-

Sluiten