Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den kardinaal ximenes. 31

tot zijnen opvolger hebbe aangeprezen, doch het zekerfte is, dat hij haar, die hem in perfoon bezocht, geraden hebbe, een man tot dezen wigtigen post te verkiezen, die van een arm geflachtc, en met geen aanzienlijke huizen vermaagfehapt was , en dat de Koningin ximenes daartoe verkoren hebbe.

Zes maanden lang weigerde hij- deze waardigheid aan te nemen, en eindelijk fcheen hij 'er alleen toe te bcüuiten , omdat hem de Paus volftrekt beval te gehoorzamen. Dewijl de Koningin door zijne levenswijs overtuigd was, dat deze weigering uit eene volftrekte verachting van eer en rijkdom ontftond, hield zij het voor een groot geluk, toen hij eindelijk bewilligde.

Maar de Koning ferdinand , en zij die hun doel voornamelijk op de vermeerdering van de Koninglijke inkomftcn gevestigd hadden, namen, om geheel andere redenen , daarin groot genoegen. Zij hielden voor zeker, dat de goede Bedelmonnik zich met een zeer middelmatig deel van de Aardsbisfchoplijkc inkomftcn zou te vrede houden, en gaerne toeftaan, dat het overige tot nut van 's Konings huis befteed werd, vooral daar dc inkomften zo groot waren, dat de magt van dien Prelaat, daardoor gevaarlijk voor den Koning worden 1 koude.

Doch zij bedroogen zich deerlijk! De nieuwe Aardsbisfehop liet zich niets van zijne inkomften ontnemen. Hij verklaarde ze voor het eigendom der armen , en zichzelven voor eenen getrouwen rentmeester _ van dezelve, in wiens magt het niet ftond, het kleinlte deeltjen daarvan te laten vervreemden. Deze verkiaring van een man , van wiens onbaatzuchtigheid men volkomen overtuigd was , en die de Koningin zeggen kon, dat hij' haar voor het Aardsbisdom niet bedankte, maar baar bad, dat zij hem den opgelcgden last mogt helpen dragen , verij lelde alle de hope van den bchoeftigen Koning, en van de beftuurers van zijne geldmiddelen.

Maar zelfs de Koningin, die hem het Aardsbisdom gefchonken hadt, moest aanftonds in het begin vari zijne regcering ondervinden, dat zij met'eenen onverzetteljken man te doen hadt. De overledene Aardsbisfchop, aan wicn ximenes eigenlijk de grond van zijne verheffing fchuldig was, hadt het Stedehouder, fchap

Sluiten