is toegevoegd aan uw favorieten.

Vaderlandsche bibliotheek van wetenschap, kunst en smaak.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER HET GEWETEN. Ï05 §. 6.

Van de behvaamhcid van hel menschlijk hart, om zijne min goede neigingen en oogmerken onder het voorwendsel van geweten te verbergen.

Bij de voorgaande onderzoekingen , kon men reeds opmerken, dat de menfchén hun geweten , en hunnen pligr, fumtijds tot een voorwendzel gebruiken, en misleiden ook zichzelven daarbij bedriegen kunnen. Meer overwegingen (temmen daar in over een, en geven aan deze zaak eene brecdere verklaring.

1. ) Hoe gewigtiger de zedelijke zijde van ons karakter en van onze handelingen is, dès te meer oefenen wij ons van der jeugd.af, daar in, om al het Hechte daarvan te verbergen , en ze altijd een goed voorkomen te geven. Eén , en misfchien bij veelen niet het min gewigtigfte, doel der oplettendheid op deze zedelijke zijde wordt bereikt, wanneer zij aan anderen goed fchijnen. Men gewent zich eindelijk zelve met den fchijn te vrede te wezen, daar men ziet, dat anderen mede te vrede zijn. En in de daad, zij zijn dit fomtijds , ook wanneer zij weten , dat deze fchijn het flechtfte verbergt. Zij begeeren flechts nog welvoeglijkheid, een zeker decorum, bij de zedeloosheid.

2. ) Zoo veel te ligter misleidt de mensch zich hier zelve, hoe aangenamer hem het voordeligst denkbeeld is. Men gelooft ligt , het geen men geern gelooft. Men zou het flechtfte van zichzelven wel beter kunnen weten, dan anderen, maar men heeft weinig lust, om bet op te merken. En uit aanhoudende gewoonte, om het ééne flechts op te merken, en het andere voorbij te zien, ontftaat eindelijk eene hebbelijkheid, die altijd met zekere onbekwaamheid voor het tegendeel verbonden is.

3. ) Hoe meer veele pligten en regelen van recht op on'derftellingen rusten, des te ligter kan het gefchieden , dat iemand zichzelven datgcen als recht voorftelt, 'dat met zijne neigingen het meest overcenftemt: maar dat hij zekerlijk zoo niet beöordeelen zou, indien

zij-

esnen grooten Godgeleerden, kan men lezen in walchs Neutstir Religionsgejchiehe. Th. VI. S. 9.

G 5